ECLI:NL:RBARN:2007:AZ9576
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding na fietsongeval tussen vader en zoon wegens ontbreken onrechtmatig handelen
Op 22 mei 1995 vond een fietsongeval plaats tussen eiser en zijn toen zestienjarige zoon waarbij eiser ten val kwam en letsel opliep. Eiser stelt dat zijn zoon onrechtmatig heeft gehandeld door in strijd met verkeersregels van zijn lijn af te wijken, waardoor het ongeval ontstond. RVS Schadeverzekering, als verzekeraar van de zoon, wordt aangesproken voor schadevergoeding.
De rechtbank analyseert de verklaringen van eiser en zijn zoon, waarbij het begrip 'snijden' centraal staat, en constateert dat het ongeval is ontstaan doordat de zoon iets harder ging fietsen en daarbij een slinger maakte, waardoor het voorwiel van eiser het achterwiel van de zoon raakte. De rechtbank oordeelt dat deze gedraging niet onrechtmatig is, aangezien de situatie zich afspeelde tijdens een ontspannen fietstocht met een snelheid van circa 15 km/u en het gedrag niet buiten de normale verkeerspraktijk viel.
De rechtbank wijst erop dat een gedraging slechts onrechtmatig is als de waarschijnlijkheid van schade dermate groot is dat de veroorzaker zich van die gedraging had moeten onthouden. Gezien de omstandigheden en het ontbreken van bewijs dat de zoon onzorgvuldig handelde, wordt de vordering afgewezen. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen wegens ontbreken van onrechtmatig handelen door de zoon.