ECLI:NL:RBARN:2007:BA1783
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewijs en omstandigheden schuldigerkenning in fraudeschuldeis Vroom en Dreesmann
In deze civiele procedure vordert Vroom en Dreesmann betaling van een bedrag van €30.000 wegens fraude door gedaagde. De rechtbank heeft ambtshalve bewijs opgedragen aan gedaagde om aan te tonen dat zijn schuldigerkenning onder bedreiging of misbruik van omstandigheden tot stand is gekomen.
Gedaagde heeft verklaard dat hij de periode van drie jaar fraude niet heeft toegegeven en dat hij onder druk van bedreiging met beslaglegging de schuldbekentenis heeft ondertekend. Diverse getuigenverklaringen, waaronder die van bedrijfsrechercheur en bedrijfsleider, spreken dit tegen en wijzen erop dat gedaagde zelf een langere fraudeperiode heeft genoemd en dat de gesprekken rustig verliepen.
De rechtbank oordeelt dat gedaagde niet is geslaagd in het bewijs van bedreiging of misbruik van omstandigheden. De omstandigheden waaronder de schuldigerkenning is afgelegd zijn niet onrechtmatig en er is geen causaal verband tussen de dreiging en de ondertekening. Ook de stelling dat gedaagde door een abnormale geestestoestand was bewogen is niet bewezen voor zover Vroom en Dreesmann daarvan op de hoogte was.
Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €29.923,31 met wettelijke rente vanaf 4 augustus 2005 en in de proceskosten. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €29.923,31 met wettelijke rente en proceskosten aan Vroom en Dreesmann.