ECLI:NL:RBARN:2007:BA2040
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- G. Noordraven
- Rechtspraak.nl
Beslagvrije voet niet van toepassing op bankbeslag op salarisrestant
In deze zaak stond centraal of de beslagvrije voet, zoals geregeld in artikel 475b Rv voor loonbeslag, ook van toepassing is op het restant van het salaris dat na loonbeslag op een bankrekening wordt gestort en waar vervolgens bankbeslag op wordt gelegd.
De eiser was bij verstek veroordeeld tot betaling aan KPN. KPN legde executoriaal beslag onder de bankrekening van eiser, terwijl reeds loonbeslag was gelegd met uitzondering van de beslagvrije voet. Eiser vorderde opheffing van het bankbeslag voor zover dit het restant van zijn salaris betrof, stellende dat het beslagvrije voetbeginsel ook op bankbeslag moet worden toegepast om zijn bestaansminimum te beschermen.
De rechtbank oordeelde dat het saldo op de bankrekening een vordering is van eiser op de bank en niet langer een vordering op de werkgever tot salarisbetaling. Bankbeslag valt niet onder de limitatieve opsomming van vorderingen waarvoor een beslagvrije voet geldt. De wetsgeschiedenis biedt geen grond voor uitbreiding van de beslagvrije voet naar bankbeslag. Aangezien eiser zijn salaris reeds had ontvangen en dit vrij kon beschikken, was het bankbeslag niet onrechtmatig.
De vorderingen van eiser werden afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten van KPN.
Uitkomst: De vorderingen tot opheffing van het bankbeslag op het salarisrestant worden afgewezen.