ECLI:NL:RBARN:2007:BA4535
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling objectafbakening en waardering WOZ-waarde van gesplitste woning
Eiser is samen met zijn echtgenote en schoonouders mede-eigenaar van een vrijstaande woning die bestaat uit een voor- en achterhuis, elk met eigen voorzieningen en afsluitbare deur. Verweerder had de woning voor WOZ-doeleinden gesplitst in twee objecten en afzonderlijke waarden vastgesteld. Eiser maakte bezwaar tegen deze splitsing en de vastgestelde waarden.
De rechtbank oordeelt dat de woning inderdaad uit twee afzonderlijke onroerende zaken bestaat, omdat beide delen bestemd zijn om als zelfstandig geheel te worden gebruikt. De gemeenschappelijke kelder en bijkeuken staan hier niet aan in de weg. Wel acht de rechtbank de toegewezen grond en schuurverdeling redelijk.
Ten aanzien van de waardering stelt de rechtbank vast dat verweerder onvoldoende rekening hield met de onvoltooide verbouwing op de waardepeildatum en dat de gebruikte vergelijkingsobjecten niet passend waren. Eiser kon zijn lagere waardering niet aannemelijk maken. Daarom bepaalt de rechtbank zelf de waarde van het voorhuis op € 300.000,-, wat leidt tot gedeeltelijke gegrondverklaring van het beroep.
Daarnaast oordeelt de rechtbank dat verweerder het bezwaar van eiser tegen de beschikking op naam van zijn schoonvader ten onrechte inhoudelijk heeft behandeld in plaats van niet-ontvankelijk te verklaren. Verweerder moet dit alsnog in behandeling nemen.
De rechtbank wijst het beroep tegen de beschikking op naam van de schoonvader af wegens niet-ontvankelijkheid en bepaalt dat de gemeente het betaalde griffierecht aan eiser vergoedt.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond voor het voorhuis en stelt de WOZ-waarde daarvan vast op € 300.000,-, terwijl het bezwaar tegen de beschikking op naam van de schoonvader niet-ontvankelijk wordt verklaard.