ECLI:NL:RBARN:2007:BA6175

Rechtbank Arnhem

Datum uitspraak
27 april 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
154175/HA RK 07/86
Instantie
Rechtbank Arnhem
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing tweede wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende partijdigheid

In deze zaak heeft de verzoekende partij een tweede wrakingsverzoek ingediend tegen mr. X, de rechter belast met de behandeling van de onderliggende civiele zaak. Het verzoek richtte zich op de vermeende hardnekkigheid van de rechter om het horen van getuigen en het tonen van foto’s toe te staan.

De rechtbank heeft het verzoek onderzocht en vastgesteld dat de vermeende weigering niet van de rechter afkomstig was, maar een standaardbrief van de griffier betrof. Bovendien berustte het bezwaar van verzoeker op een misverstand over de inhoud van die brief. De rechter had nog niet beslist over het bewijsaanbod.

Daarnaast werd een mogelijke connectie tussen de rechter en eiser aangevoerd, maar deze werd gemotiveerd betwist en niet concreet onderbouwd door verzoeker. Omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die de schijn van partijdigheid konden wekken, werd het wrakingsverzoek afgewezen.

Uitkomst: Het tweede wrakingsverzoek tegen de rechter is afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten die de onpartijdigheid aantonen.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK ARNHEM
Wrakingskamer
Zaak-/rekestnummer: 154175/HA RK 07-86
Beschikking van 27 april 2007
inzake
[verzoekende partij],
wonende te [woonplaats],
verzoeker
tot wraking ex artikel 36 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering van,
MR. [X],
in zijn hoedanigheid van rechter, belast met de behandeling van de zaak onder zaak- rolnummer 448403 CV EXPL 06-2460 tussen verzoeker als gedaagde en [eiser] als eiser.
De procedure
Het verloop van de wrakingsprocedure blijkt uit:
-het verzoekschrift d.d. 26 maart 2007,
-het verweerschrift d.d. 18 april 2007,
-de brief met bijlage van de gemachtigde van [eiser] d.d. 19 april 2007.
-de mondelinge behandeling op 23 april 2007,
Ten slotte is de uitspraak bepaald op heden.
Het verzoek en de beoordeling daarvan
1. [verzoekende partij] heeft zijn wrakingsverzoek gegrond op de stelling dat er geen sprake is van een onafhankelijke en onpartijdige behandeling van bovengenoemde zaak, zulks gelet op de “hardnekkigheid” waarmee mr. [X] hem het recht ontzegt getuigen te doen horen en foto’s te laten zien. Mr. [X] heeft niet berust in de wraking. Hij heeft gemotiveerd schriftelijk verweer gevoerd.
2. [verzoekende partij] heeft in deze zaak eerder een verzoek tot wraking tegen mr. [X] ingediend. Hij heeft toen ook (onder meer) aangevoerd dat mr. [X] hem het recht heeft ontzegd bij gelegenheid van de comparitie van partijen op 13 oktober 2006 getuigen te doen horen en foto’s te laten zien.
Dat wrakingsverzoek is bij beschikking van de wrakingskamer van deze rechtbank van 2 februari 2007 afgewezen.
3. [verzoekende partij] heeft desgevraagd ter terechtzitting aangegeven dat de nieuwe omstandigheid die hem ertoe heeft gebracht een tweede wrakingsverzoek tegen mr. [X] in te dienen daaruit bestaat dat hem bij brief van 22 maart 2007 is meegedeeld dat de kantonrechter heeft bepaald dat vonnis wordt gewezen en dat “met wat u nog heeft gestuurd” daarom geen rekening meer kan worden gehouden.
Zaak-/rekestnummer: 154175/HA RK 07-86 -2-
4. Deze omstandigheid kan niet tot de conclusie leiden dat daarmee de schijn van partijdigheid is gewekt, reeds omdat het hier niet gaat om een handeling/uitlating van mr. [X], maar om een buiten hem om door de griffier van de rechtbank, sector kanton, locatie [Y], aan [verzoekende partij] geschreven standaardbrief. Daarbij komt dat het bezwaar van [verzoekende partij] kennelijk berust op een misverstand. Hij heeft, zo heeft hij op de zitting verklaard, uit die brief van de griffier afgeleid dat er, zonder dat er gelegenheid wordt gegeven getuigen te laten horen en foto’s te laten zien, een eindvonnis zal worden gewezen. Dat blijkt uit die brief echter niet. Op het eerder door [verzoekende partij] gedane aanbod zijn stellingen te bewijzen door middel van getuigen en/of foto’s moet nog worden beslist, zoals ook blijkt uit hetgeen Mr. [X] daarover in zijn verweerschrift heeft geschreven, te weten:
“Zijn laatste brief is door een misverstand door de griffie teruggestuurd met de standaardbrief dat een datum voor vonnis is bepaald en dat met stukken die nadien zijn binnengekomen geen rekening wordt gehouden. In de gegeven omstandigheden had daaraan moeten zijn toegevoegd dat de kantonrechter los van die laatste brief wel degelijk kennis had genomen van een bewijsaanbod van [verzoekende partij] door middel van getuigen. Daarmee had voorkomen kunnen worden dat [verzoekende partij] de indruk heeft dat zijn aanbod voor getuigenbewijs genegeerd wordt, nog steeds los van het feit dat zo’n aanbod op inhoudelijke gronden kan worden gepasseerd”.
5. [verzoekende partij] heeft ten slotte nog aangevoerd dat er een mogelijke connectie bestaat tussen mr. [X] en [eiser]. Mr. [X] en [eiser] hebben dat - de laatste bij brief aan de rechtbank van 19 april 2007- gemotiveerd betwist. Tegenover die betwisting heeft [verzoekende partij] zijn stelling niet concreet gemaakt, zodat daarop niet nader behoeft te worden ingegaan.
6. Voor het overige zijn door [verzoekende partij] geen nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd op grond waarvan geconcludeerd kan worden dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou hebben kunnen lijden. Het verzoek tot wraking moet worden afgewezen.
De beslissing
De rechtbank
wijst het verzoek tot wraking af.
Deze beschikking is gegeven door mrs. M.C.G.J. van Well, voorzitter, H.J.T. Blom en M.P.C.J. van Bavel, rechters, en in het openbaar uitgesproken op 27 april 2007.
de griffier de voorzitter
coll.: ED