ECLI:NL:RBARN:2007:BA7811
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Terugvordering heffingskorting wegens te lage inkomensheffing fiscale partner
Eiser heeft voor 2003 een voorlopige teruggaaf heffingskorting aangevraagd en € 1.766 ontvangen, terwijl zijn fiscale partner slechts € 593 aan inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen verschuldigd was. De Belastingdienst legde een aanslag op voor het terugvorderen van het verschil plus heffingsrente.
Eiser betoogde dat de Belastingdienst de voorlopige teruggaaf had moeten controleren en dat hij mocht vertrouwen op de juistheid daarvan, en dat de heffingsrente onterecht was. De rechtbank oordeelde dat de Belastingdienst niet verplicht is de voorlopige teruggaaf direct te controleren en dat het vertrouwensbeginsel geen toepassing vindt zonder bijzondere omstandigheden.
Verder is de aanslag tijdig opgelegd binnen de wettelijke termijn en is de heffingsrente terecht berekend volgens de wettelijke bepalingen. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de terugvordering met heffingsrente.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag tot terugvordering van de heffingskorting met heffingsrente wordt bevestigd.