ECLI:NL:HR:2000:AA5225
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van Brunschot
- Van Vliet
- Van Amersfoort
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt heffing heffingsrente bij aanslag inkomstenbelasting ondanks betwisting keuze ondernemingsvermogen
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1993 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd over een belastbaar inkomen van ƒ 99.308,--, inclusief een heffingsrente van ƒ 2.895,--. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag en heffingsrente, wat door het Hof werd bevestigd. Belanghebbende stelde dat zij onder dwang van de Inspecteur het pand geheel tot ondernemingsvermogen had gerekend, maar het Hof oordeelde dat deze keuze een feitelijke aard had en niet onbegrijpelijk was.
In cassatie werd dit oordeel niet bestreden. Ook het subsidiaire middel dat de Inspecteur gebonden zou zijn aan zijn eerdere standpunt faalde, omdat geen toezegging of indruk van een standpunt was gewekt. Het middel dat de heffingsrente onterecht werd geheven vanwege vertraging door de Inspecteur werd eveneens verworpen, omdat de wettelijke regeling geen ruimte biedt om heffingsrente achterwege te laten bij dergelijke vertraging.
De Hoge Raad achtte geen gronden aanwezig voor een veroordeling in proceskosten en verwierp het beroep in cassatie. Hiermee bleef het oordeel van het Hof dat de aanslag en heffingsrente terecht zijn opgelegd, ongewijzigd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de aanslag en heffingsrente.