ECLI:NL:RBARN:2007:BA9516
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1995 tijdig opgelegd ondanks niet verzoeken aangiftebiljet
Eiser voerde primair aan dat de navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1995 niet tijdig was opgelegd en subsidiair dat niet voldaan was aan de wettelijke vereisten voor navordering. De rechtbank stelde vast dat de navorderingsaanslag op 21 december 2000 per aangetekende post tijdig aan eiser was verzonden, ondanks diens betwisting.
De rechtbank overwoog dat eiser bewust geen verzoek had gedaan om uitreiking van een aangiftebiljet en de winst uit onderneming bewust had aangegeven bij zijn partner, mede om een uitkering niet te laten korten. Dit werd aangemerkt als kwade trouw, waardoor navordering gerechtvaardigd was.
Daarnaast werd de kwalificatie van een bedrag van ƒ 24.000 als lening of kapitaalstorting betwist, waarbij de rechtbank aannam dat het een niet-verantwoorde omzet betrof. De kosten van huur in België werden deels als zakelijk erkend. De stelling van eiser over zetelverplaatsing en zelfstandigenaftrek werd verworpen wegens onvoldoende feiten.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en matigde de aanslag tot een belastbaar inkomen van ƒ 54.883. Tevens werden proceskosten en griffierecht aan eiser toegekend.
Uitkomst: De navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1995 is tijdig opgelegd en gedeeltelijk gematigd tot een belastbaar inkomen van ƒ 54.883.