ECLI:NL:RBARN:2007:BB0132

Rechtbank Arnhem

Datum uitspraak
27 juni 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
153815
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 lid 2 CMR-VerdragArt. 23 lid 3 CMR-VerdragArt. 27 EEX-VerordeningArt. 28 EEX-VerordeningArt. 31 lid 1 sub a CMR-Verdrag
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevoegdheidsincident inzake internationale vervoersaansprakelijkheid en parallelle procedures

Nabuurs Transport B.V. vordert dat de rechtbank verklaart dat zij niet aansprakelijk is voor schade door een overval en ontvoering van haar chauffeur. Nabuurs beroept zich op het CMR-Verdrag en stelt dat zij als zorgvuldig vervoerder niet aansprakelijk is of haar aansprakelijkheid beperkt is.

Currie European Transport B.V. en Currie Ltd. stellen dat de rechtbank onbevoegd is omdat zij al een vordering bij het Landgericht Duisburg hebben lopen over hetzelfde onderwerp en dezelfde oorzaak. Volgens de EEX-Verordening en het CMR-Verdrag moet de rechtbank zich in dat geval onbevoegd verklaren of de procedure aanhouden.

De rechtbank constateert dat de Duitse procedure eerder is gestart en dat de bevoegdheid van het Landgericht Duisburg vaststaat, maar dat dit niet is bewezen met een bindend Duits vonnis. Daarom wordt de zaak aangehouden om Currie gelegenheid te geven dit nader te onderbouwen.

De procedure tegen andere gedaagden wordt eveneens aangehouden vanwege samenhang met de Duitse procedure. De rechtbank wijst op de toepassing van het CMR-Verdrag en de EEX-Verordening, die bijzondere regels geven voor bevoegdheidsconflicten tussen lidstaten.

De beslissing in het incident is dat de rechtbank de zaak op de rol plaatst voor 18 juli 2007 voor nadere stukken en verdere beslissingen aanhoudt.

Uitkomst: De rechtbank houdt de procedure aan voor nadere onderbouwing van de bevoegdheid van het Duitse gerecht en voor verdere beslissingen.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK ARNHEM
Sector civiel recht
zaaknummer / rolnummer: 153815 / HA ZA 07-534
Vonnis in incident van 27 juni 2007
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
NABUURS TRANSPORT B.V.,
gevestigd te Haps,
eiseres in de hoofdzaak,
verweerster in het incident,
procureur mr. L. Paulus,
advocaat mr. J.M. Wolfs te Maastricht,
tegen
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
CURRIE EUROPEAN TRANSPORT B.V.,
gevestigd te Nijmegen,
gedaagde,
eiseres in het incident,
procureur mr. E.A. van der Dussen,
advocaat mr. P.F.W.A. van Dam te Rotterdam,
2. de vennootschap naar buitenlands recht
KÜHNE & NAGEL & CO. KG,
gevestigd te 28195 Bremen, Duitsland,
3. de vennootschap naar buitenlands recht
KÜHNE & NAGEL & CO. KG,
gevestigd te 47059 Duisburg, Duitsland,
4. de vennootschap naar buitenlands recht
PACT GMBH-GLOBAL LOGISTICS,
gevestigd te 71116 Gaertringen, Duitsland,
5. de vennootschap naar buitenlands recht
PACT GMBH-GLOBAL LOGISTICS,
gevestigd te 20459 Hamburg, Duitsland,
gedaagden,
procureur mr. F.J. Boom,
advocaat mr. R.B. Golterman te Rotterdam.
6. de vennootschap naar buitenlands recht
HEWLETT-PACKARD GMBH,
gevestigd te 71034 Böplingen, Duitsland,
gedaagde bij verstek.
Partijen in het incident zullen hierna Nabuurs en Currie genoemd worden.
1. De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de incidentele conclusie tot onbevoegdheid van Currie
- de conclusie van antwoord van de gedaagden sub 2 tot en met 5
- de incidentele conclusie van antwoord in het bevoegdheidsincident.
1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.
2. De vordering in de hoofdzaak
2.1. Nabuurs vordert, samengevat weergegeven, dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, voor recht verklaart dat Nabuurs jegens de gedaagden niet aansprakelijk is voor de (volledige) schade die het gevolg is van de overval en de ontvoering op/van de chauffeur van Nabuurs op 6 december 2006, onder veroordeling van gedaagden in de proceskosten.
2.2. Nabuurs stelt daartoe, samengevat, dat zij niet aansprakelijk is voor de schade omdat zij heeft gehandeld als een zorgvuldig vervoerder zoals bedoeld in het tweede lid van artikel 17 van Pro het Verdrag betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg (hierna het ‘CMR-verdrag’). Subsidiair stelt Nabuurs dat zij niet onbeperkt aansprakelijk is omdat, kort gezegd, van haar zijde geen sprake is geweest van bewuste roekeloosheid met de wetenschap dat schade het gevolg zou zijn. Meer subsidiair is zij van mening dat haar aansprakelijkheid ingevolge de bepaling van het derde lid van artikel 23 van Pro het CMR-verdrag is beperkt.
3. Het geschil in het incident
3.1 Currie vordert voor alle weren dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart van de vorderingen van Nabuurs kennis te nemen. Currie voert ter onderbouwing aan dat zij – samen met Currie European Transport Ltd. (hierna Currie Ltd.) – ten overstaan van het Landgericht Duisburg (Duitsland) al eerder een vordering aanhangig heeft gemaakt die hetzelfde onderwerp en dezelfde oorzaak betreft als de vordering die thans door Nabuurs jegens meerdere gedaagden, waaronder haarzelf, is ingesteld.
De bevoegdheid van het Landgericht Duisburg staat vast, aldus Currie. Daarom dient deze rechtbank zich onbevoegd te verklaren voor zover het de vordering tegen Currie betreft. Indien zou worden geoordeeld dat de bevoegdheid van het Landgericht Duisburg niet vaststaat, dient de procedure tegen Currie te worden aangehouden.
Nabuurs voert verweer. Op de stellingen van partijen zal hierna, waar noodzakelijk, nader worden ingegaan.
4. De beoordeling in het incident
4.1 Artikel 27 van Pro de Verordening nr. 44/2001 betreffende de rechterlijke
bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (hierna: de ‘EEX-Verordening’) bepaalt dat wanneer voor gerechten van verschillende lidstaten tussen dezelfde partijen vorderingen aanhangig zijn die hetzelfde onderwerp betreffen en die berusten op dezelfde oorzaak, het gerecht waar de zaak het laatst is aangebracht de zaak ambtshalve moet aanhouden totdat de bevoegdheid van het gerecht waar de zaak het eerst is aangebracht vaststaat (eerste lid), dan wel dat gerecht, wanneer de bevoegdheid van het gerecht waar de zaak het eerst is aangebracht vaststaat, zich onbevoegd moet verklaren (tweede lid). Nederland en Duitsland zijn beide lidstaten van de Europese Unie.
4.2 De EEX-Verordening bevat, in artikel 71, voorts de bepaling dat deze verordening de verdragen onverlet laat waarbij de lidstaten partij zijn en die, voor bijzondere onderwerpen, de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen regelen. Deze bepaling moet als volgt worden uitgelegd. Wanneer een verdragsluitende staat ook partij is bij een ander verdrag dat een bijzonder onderwerp betreft en dat regels bevat over de rechterlijke bevoegdheid (en erkenning en tenuitvoerlegging) sluit dat bijzondere verdrag de regels van de EEX-Verordening uit in de gevallen die het bijzondere verdrag regelt, niet in de gevallen die het niet regelt (HvJEG, 6 december 1994, NJ 1995, 659).
4.3 Currie en Currie Ltd. hebben, blijkens het overgelegde “Klageschrift” op 7
december 2006 tegen Nabuurs een vordering ingesteld ten overstaan van het Landgericht Duisburg. Currie stelt dat dat gerecht bevoegd is van haar vordering kennis te nemen op grond van het (eerste lid van artikel 31 onder Pro b van het) CMR-Verdrag.
Nabuurs beroept zich ter onderbouwing van haar standpunt omtrent de bevoegdheid van deze rechtbank in de onderhavige procedure eveneens op het (eerste lid van artikel 31 onder Pro a van het) CMR-Verdrag.
4.4 Het tweede lid van artikel 32 van Pro het CMR-Verdrag bepaalt, samengevat, dat wanneer een vordering aanhangig is voor een volgens het eerste lid van artikel 32 van Pro het CMR-Verdrag bevoegd gerecht, geen nieuwe vordering omtrent hetzelfde onderwerp tussen dezelfde partijen kan worden ingesteld tenzij de uitspraak van het gerecht waarvoor de eerste vordering aanhangig is gemaakt, niet vatbaar is voor tenuitvoerlegging in het land waarin de nieuwe vordering is ingesteld. Dit laatste is niet het geval.
Nabuurs betwist niet dat de procedure in Duitsland eerder aanhangig is gemaakt
dan in Nederland, evenmin betwist zij dat de procedures hetzelfde onderwerp betreffen en op dezelfde oorzaak berusten.
4.5 Indien komt vast te staan dat het Landgericht Duisburg bevoegd is kennis te nemen van de vordering van Currie en Currie Ltd., brengt het tweede lid van artikel 32 van Pro het CMR-Verdrag, in samenhang met het tweede lid van artikel 27 van Pro de EEX-Verordening, mee dat deze rechtbank niet bevoegd is kennis te nemen van de vordering van Nabuurs tegen Currie. Uit de brief van het Landgericht van 13 april 2007, die Currie in afschrift heeft overgelegd, blijkt echter niet dat het Landgericht bevoegd is de vordering van Currie en Currie Ltd. tegen Nabuurs te behandelen. De omstandigheid dat Nabuurs in Duitsland geen bevoegdheidsincident heeft opgeworpen, acht de rechtbank onvoldoende om die bevoegdheid aan te nemen.
De rechtbank zal, teneinde Currie de gelegenheid te geven haar stelling nader te onderbouwen (bij voorkeur aan de hand van een (tussen)vonnis of ander stuk van het Landgericht te Duisburg) de zaak op de rol plaatsen van 18 juli 2007.
4.5 Nabuurs heeft buiten Currie nog vijf partijen gedagvaard. Die partijen hebben de bevoegdheid van deze rechtbank niet betwist. Artikel 27 van Pro de EEX-Verordening belet niet dat de procedure tussen Nabuurs en de andere gedaagden wordt voortgezet, ook niet in het geval dat de rechtbank onbevoegd zou zijn kennis te nemen van de door Nabuurs tegen Currie ingestelde vordering.
De rechtbank zal de procedure tussen Nabuurs en gedaagden sub 2 tot en met 6, gelet op de samenhang tussen deze procedure en die in Duisburg, aanhouden (artikel 28 EEX Pro-Verordening) totdat de procedure in Duisburg onherroepelijk is beëindigd – waarover Nabuurs de rechtbank te gelegener tijd dient te informeren – of totdat vaststaat dat het Landgericht Duisburg niet bevoegd is kennis te nemen van de vorderingen van Currie.
4.6 Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.
5. In de hoofdzaak
5.1 Iedere beslissing zal worden aangehouden.
6. De beslissing
De rechtbank
in het incident
6.1 plaatst de zaak op de rol van 18 juli voor het nemen van een akte door Currie (zie rechtsoverweging 4.4),
6.2 houdt iedere verdere beslissing aan,
in de hoofdzaak
6.3 houdt iedere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.C.J. van Bavel en in het openbaar uitgesproken op 27 juni 2007.
coll. EdB