ECLI:NL:RBARN:2007:BB1990
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid assurantietussenpersoon voor niet-melden leegstand bij brandverzekering
De zaak betreft een geschil tussen een eigenaar van een havezathe en diens assurantietussenpersoon over de mededelingsplicht aan de verzekeraar betreffende het onbewoond zijn van het pand. De eigenaar had een opstalverzekering afgesloten, waarbij het pand tijdelijk onbewoond was. Na een brand, aangestoken door derden, weigerde de verzekeraar de schade te vergoeden omdat de leegstand niet tijdig was gemeld.
De assurantietussenpersoon voerde aan dat zij niet tekort was geschoten, omdat zij mocht aannemen dat de woning bewoond bleef tot aan de verbouwing en dat de eigenaar bekend was met zijn mededelingsplicht. De rechtbank oordeelde dat de tussenpersoon een zorgplicht heeft om de belangen van de verzekeringnemer te bewaken en tijdig risicowijzigingen te melden.
De rechtbank gaf de eigenaar de opdracht bewijs te leveren dat de tussenpersoon hem onjuiste informatie had verstrekt over de invloed van leegstand op de dekking. Tevens werd de onderzoeksplicht van de tussenpersoon besproken, waarbij werd geoordeeld dat deze niet zo ver ging dat zij zelf actief navraag moest doen in 2004.
De zaak werd aangehouden voor nadere bewijslevering en het horen van getuigen, waarbij de rechtbank de procedure en bewijsopdrachten nauwkeurig vastlegde. Het vonnis werd gewezen door mr. M.P.C.J. van Bavel op 25 juli 2007.
Uitkomst: De zaak is aangehouden voor nadere bewijslevering over de aansprakelijkheid van de assurantietussenpersoon.