ECLI:NL:RBARN:2007:BB4855
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag grondwaterbelasting en heffingsrente
Eiser heeft in 2002 grondwater onttrokken voor de bouw van een woonhuis met kelder en is daarvoor door verweerder een naheffingsaanslag grondwaterbelasting opgelegd over de periode 1 januari tot en met 31 december 2002. Tevens is heffingsrente en een boete opgelegd, waarvan alleen de boete is verminderd. Eiser betwist de aanslag en de heffingsrente en voert onder meer aan dat hij onvoldoende geïnformeerd was over de belastingplicht en dat het onredelijk is dat anderen in vergelijkbare situaties geen aanslag ontvingen.
De rechtbank stelt vast dat eiser als houder van de inrichting grondwater heeft onttrokken en dat de aanslag conform de Wet belastingen op milieugrondslag (Wbm) terecht is opgelegd. De rechtbank oordeelt dat de Belastingdienst niet verplicht is om voorafgaand aan de belastingplichtige te informeren en dat de gebrekkige informatievoorziening geen vernietiging van de aanslag rechtvaardigt. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt wegens gebrek aan concrete vergelijkbare gevallen.
Verder is de naheffingsaanslag binnen de wettelijke termijn van vijf jaar opgelegd en is de heffingsrente terecht berekend vanaf 1 januari 2003. Het beroep tegen de naheffingsaanslag en de heffingsrente wordt daarom ongegrond verklaard. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag grondwaterbelasting en heffingsrente wordt ongegrond verklaard.