ECLI:NL:RBARN:2007:BB5474
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing artikel 54 Faillissementswet op verrekening bij faillissement
De zaak betreft een geschil tussen de curator in het faillissement van een eenmanszaak en Intertop Products B.V., een leverancier van de gefailleerde. De curator vordert betaling van een bedrag dat Intertop verrekende met een schuld van de gefailleerde, terwijl Intertop stelt dat zij eigenaar bleef van bepaalde goederen en dat de curator onrechtmatig handelde.
De rechtbank onderzoekt de toepasselijkheid van artikel 54 van Pro de Faillissementswet, dat verrekening verbiedt indien de schuldeiser niet te goeder trouw was bij het overnemen van een schuld vlak voor het faillissement. De rechtbank volgt jurisprudentie die het begrip schuldoverneming ruim interpreteert en oordeelt dat ook het kopen van goederen onder de werking van artikel 54 kan Pro vallen.
Vervolgens stelt de rechtbank vast dat Intertop wist of had moeten weten dat het faillissement van de wederpartij aanstaande was, onder meer door verklaringen van de directeur en de timing van de koopovereenkomst. Hierdoor was Intertop niet te goeder trouw, en was de verrekening onbevoegd. Intertop moet daarom het bedrag van de koopovereenkomst aan de curator voldoen.
De rechtbank draagt Intertop op bewijs te leveren dat het genoemde bedrag in de koopovereenkomst een vergissing betreft, wat de hoogte van de vordering kan beïnvloeden. De beslissing over de reconventionele vordering van Intertop wordt aangehouden in afwachting van deze bewijslevering.
De procedure wordt voortgezet met een getuigenverhoor en verdere bewijslevering, waarna een definitieve beslissing zal volgen.
Uitkomst: Intertop was niet te goeder trouw bij de verrekening en moet het bedrag aan de curator voldoen, met bewijslevering over de koopprijsvergissing.