Conclusie
The aforementioned amount (€ 1 mln., hof) had been transferred to bank account number [001] in the name of [B] B.V. at Fortis Bank [...].” Fortis, die in het kader van de kredietverstrekking een achterstelling van de vordering van Wemaro had bedongen, heeft erop gewezen dat debiteur van deze door Wemaro verstrekte lening niet [B] maar [A] was, op wier naam ook de in de geldleningsovereenkomst genoemde bankrekening stond. Overeenkomstig het verzoek van Fortis is daarop eenzelfde, door [B] medeondertekende, “
subordinated loan agreement” opgemaakt tussen Wemaro en [A], waarin staat dat de eerdere vermelding van [B] als lener op een vergissing berustte. De overeenkomst begint met: “
Whereas: - With effect of August 1 2003, Lender has lent Borrower an amount of EUR 1,000,000 [...].” [betrokkene 8], de controller binnen het [A]-concern, schrijft daarover later aan [betrokkene 9] van [E], de belastingadviseur van het concern (e-mailbericht van 2 juli 2004): “
6. De lening van Wemaro ad 1.000.000 staat in H.INT omdat: -de leningovk is gemaakt op [B] (gemaakt in 2004) [en] de storting is gedaan op de [B] rekening (gedaan in 2003). De lening moest op [A] staan conform de kredietovk Fortis bank. De lening is aangepast in 2004 conform de kredietovk. Afgesproken is dat de lening per 31-12-2003 in [A] komt te staan in R/C met [B].” In de geconsolideerde jaarrekening over 2003 wordt melding gemaakt van een “
achterstelling door Wemaro S.A. van haar vordering van € 1.000.000,- op [A] B.V.”
Overleg over reorganisatie Zutphen ([C], opm. hof)”. In dit memo worden twee scenario’s genoemd. Scenario 1 is: “
Doorgaan op de ingeslagen weg (eruit komen in overleg met de Ondernemingsraad). Dit houdt in dat per 1 juni het voorgenomen besluit kan worden uitgevoerd. Daarna kan de Ondernemingsraad wel in beroep bij de Ondernemingskamer. Maar dat beroep heeft geen opschortende werking. [...].” Als problemen worden bij dit scenario genoemd, onder andere: “
1: verliessituatie loopt door en wordt erger. In de zomer wordt een liquiditeitsprobleem verwacht [...]”. Het tweede scenario is dat van een faillissement van [C]. Het memo meldt verder dat de volgende route zal worden gevolgd: “
1: [A] stuurt een fax aan de advocaat van de ondernemingsraad met een laatste oproep om zich niet te verzetten tegen het voorgenomen besluit. 2: Bij een negatieve reactie gaat [A] over tot uitvoering van scenario twee.” Als voorbereiding op het tweede, faillissementsscenario noemt het memo onder andere: “
Spreken met [betrokkene 10] (vlak voor aanvraag surceance) [;] Sumitomo (als [betrokkene 10])”. In vervolg op dit memo heeft [betrokkene 3] – bij faxbrief van 17 mei 2004 gericht aan de advocaat van de ondernemingsraad – een klemmend beroep op de ondernemingsraad gedaan om zich niet te verzetten tegen het voorgenomen besluit. Onder verwijzing naar de verslechterende financiële situatie heeft hij daarbij opgemerkt dat een wezenlijk ander aanbod in het kader van het sociaal plan er niet in zat.
with effect of December 31, 2003” verkocht / gecedeerd aan Wemaro, zulks voor een bedrag van € 920.938,-. De overeenkomst meldt dat deze koopsom zal worden voldaan door verrekening met de geldlening van € 1 miljoen die Wemaro “
with effect of August 1, 2003” aan [A] heeft verstrekt.
“[...] hierbij de overeenkomsten [...]. Met [betrokkene 8] ([betrokkene 8], opm. hof) heb ik afgesproken dat als jullie je er in kunnen vinden, jullie voor datering en ondertekening zorgen door de Nederlandse partijen ([betrokkene 1], [betrokkene 3], [betrokkene 2] en [betrokkene 4]). De overeenkomsten met Wemaro SA en Omega SA als partijen moeten vervolgens ook naar Luxemburg. We gaan ervan uit dat wij dan even contact opnemen met [betrokkene 7] en de situatie uitleggen. [...]”. Een volgend e-mailbericht van [betrokkene 9], van 19 juli 2004, gericht aan [betrokkene 8] en [betrokkene 1], luidt: “
Zoals afgesproken heb ik vijf rekeningen-courant (alsnog) vastgelegd in een overeenkomst. Vervolgens worden deze overeenkomsten gecedeerd. Allereerst: De RC-en tussen [A] en [betrokkene 1], [betrokkene 2], [betrokkene 4] en Consultancy, die gecedeerd worden aan Wemaro. […] Willen jullie als jullie ze akkoord vinden voor ondertekening en datering zorgdragen? Ik zie de stukken graag tegemoet. Vervolgens neem ik contact op met [betrokkene 7] van Wemaro.” Op deze e-mail is even later, diezelfde 19e juli 2004, door [betrokkene 8] als volgt gereageerd: “
Beste [betrokkene 9], Volgens mij is document ‘Cessie Wemaro [A].doc’ niet goed, want de oude bedragen staan hier nog in. Volgens mij is er in dit document niks veranderd tov de nu getekende exemplaren (bij [betrokkene 1]).” [betrokkene 9] antwoordt daarop bij e-mailbericht van 20 juli 2004 (09.04 uur): “
Klopt, ik had de bedragen nog niet veranderd. Excuses. De tekst is wel anders, die verwijst nu naar aangehechte overeenkomsten i.p.v. RC” en bij e-mailbericht van 20 juli 2004 (12:05 uur): “
En nu met de juiste optelling!”. Beide e-mailberichten vermelden onder de ondertekening: “
(See attached file: Cessie Wemaro [A].doc)”.
2.Procesverloop
3.Bespreking van het cassatiemiddel
grief Iklaagt Wemaro er over dat de rechtbank buiten het toepassingsbereik van art. 54 Fw Pro is getreden. De rechtbank heeft miskend dat dit artikel niet ziet op een transactie als de onderhavige en niet kan afdoen aan een tussen partijen overeengekomen verrekening, aldus Wemaro. De grief faalt. Dit wordt als volgt toegelicht.
5. Beoordeling van het middel in het incidentele beroep