ECLI:NL:RBARN:2007:BB5476
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van schadevordering en causaal verband in faillissementsprocedure Imogène C.V.
In deze civiele procedure staat de schadevordering van IAH centraal, die stelt dat zij haar vordering op de commanditaire vennootschap Imogène C.V. volledig had kunnen afbouwen indien zij de onderneming had kunnen overnemen. De curator betwist het causaal verband tussen zijn handelen en de door IAH gestelde schade en voert aan dat de onderneming al failliet was toen zijn handelen plaatsvond.
De rechtbank bevestigt de vordering van IAH en verwerpt het verweer van de curator dat IAH niet ontvankelijk zou zijn. De beoordeling wordt echter beperkt tot de schadegrondslag die IAH aanvoert, namelijk het ontnemen van de mogelijkheid om haar vordering af te bouwen, en niet tot de waardering van de verkoopprijs van de onderneming.
De curator wordt toegelaten om feiten te bewijzen waaruit blijkt dat een bepaalde persoon onmisbaar was voor de voortzetting van de onderneming. Beide partijen wensen een deskundigenonderzoek naar de cashflow en de mogelijkheden voor IAH om haar vordering af te lossen bij overname van de onderneming.
De rechtbank bepaalt dat het voorschot op de kosten van de deskundige door de eisende partij moet worden gedeponeerd en wijst een bewijslastomkering af. De zaak wordt aangehouden tot 17 oktober 2007, waarna verdere bewijslevering en getuigenverhoren zullen plaatsvinden.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering niet toe en gelast nader deskundigenonderzoek en bewijslevering over de gestelde schade en het causaal verband.