ECLI:NL:RBARN:2007:BB5749
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E. Klein Egelink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging individuele vervoersvoorziening wegens onvoldoende medisch advies
Eiser ontving sinds 1997 een individuele vervoersvoorziening op grond van de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg). Verweerder heeft deze voorziening per 1 april 2007 beëindigd en in plaats daarvan een collectieve vervoersvoorziening toegekend op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit, waarop verweerder een overgangsperiode van zes maanden toekende.
De rechtbank oordeelt dat het besluit berust op een advies van Hulpverlening Gelderland Midden (HGM), dat niet door een arts is opgesteld en onvoldoende zorgvuldigheid en volledigheid vertoont. Het advies is gebaseerd op dossierstudie en één spreekuurcontact zonder betrokkenheid van de behandelend sector, waardoor het oordeel onvoldoende gefundeerd is. Dit leidt tot strijd met de artikelen 3:2 en 3:9 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en bepaalt dat verweerder een nieuw besluit moet nemen op basis van een medisch advies dat door of onder verantwoordelijkheid van een arts is opgesteld, met betrokkenheid van de behandelend sector. Tevens wordt de individuele vervoersvoorziening voorlopig voortgezet tot zes weken na het nieuwe besluit. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de individuele vervoersvoorziening wordt vernietigd wegens onvoldoende medisch advies en motivering.