ECLI:NL:RBARN:2007:BB6865
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Nietigheid non-concurrentiebeding in vaststellingsovereenkomst wegens strijd met mededingingsrecht
De Rechtbank Arnhem heeft op 24 oktober 2007 geoordeeld over een geschil tussen twee besloten vennootschappen omtrent de geldigheid van een non-concurrentiebeding dat onderdeel uitmaakt van een vaststellingsovereenkomst. De rechtbank bevestigde haar eerdere oordeel dat het beding nietig is omdat het een verboden marktverdelingsbeding betreft dat in strijd is met het mededingingsrecht (art. 81 lid 1 EG Pro en art. 6 lid 1 Mededingingswet Pro).
De rechtbank oordeelde dat het beding partijen verplicht tot een doorleveringsverbod met territoriaal effect, wat neerkomt op een harde marktverdeling tussen Nederland en Duitsland. Dit wordt beschouwd als een 'hardcorebeding' dat de mededinging beperkt en geen uitzonderingsgrond kent. Hoewel het beding onderdeel is van een vaststellingsovereenkomst, kan dit de nietigheid niet wegnemen omdat het mededingingsrecht tot de openbare orde behoort.
Daarnaast verwierp de rechtbank het verweer van gedaagden dat het beding niet meer zou binden vanwege eerdere overtredingen door eiseressen, omdat dit verweer te laat en onvoldoende onderbouwd was. De vorderingen van eiseressen tot verklaring van recht en geldvergoeding werden daarom afgewezen. Eiseressen werden veroordeeld in de proceskosten van gedaagden, begroot op €25.455,50.
Uitkomst: Het non-concurrentiebeding is nietig wegens strijd met het mededingingsrecht en de vorderingen van eiseressen worden afgewezen.