ECLI:NL:RBARN:2007:BB6955
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J.H. van Suilen
- I. Linssen
- G.D. van Norden
- Rechtspraak.nl
Ontvoeging dochtermaatschappij in het zicht van liquidatie en toepassing artikel 15aj Wet Vpb 1969
Eiseres, houdster van alle aandelen in een dochtermaatschappij die bouw- en sloopafvalstoffen verwerkte, droeg per 21 november 2003 een deel van de aandelen over aan haar houdstermaatschappij. Op dat moment had de dochtermaatschappij aanzienlijke schulden en een negatief eigen vermogen. Kort na de ontvoeging werd faillissement aangevraagd en binnen drie jaar werd de vennootschap ontbonden door opheffing van het faillissement.
Verweerder stelde dat op het moment van ontvoeging reeds zicht bestond op liquidatie van de dochtermaatschappij, zodat de schulden moesten worden gesteld op de bedrijfswaarde, die nihil was. Hierdoor moest de vrijval van de schulden tot de winst van eiseres worden gerekend. Eiseres voerde verweer, maar erkende dat de bedrijfswaarde nihil was en stelde dat de ontvoeging niet in het zicht van liquidatie plaatsvond.
De rechtbank oordeelde dat de omstandigheden – intentie tot beëindiging en overdracht van activiteiten, aanzienlijke schulden, snelle faillissementsaanvraag en daadwerkelijke liquidatie binnen drie jaar – duidelijk maakten dat de dochtermaatschappij zich op het ontvoegingstijdstip in het zicht van liquidatie bevond. De toepassing van artikel 15aj, lid 3, letter a, Wet Vpb 1969 door verweerder was dan ook terecht.
Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de rechtbank Arnhem op 27 juni 2007.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de vrijval van schulden wordt terecht tot de winst gerekend.