ECLI:NL:RBARN:2007:BB7879
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Openbaarheid van namen en gegevens ambtenaren bij onderhandelingen Suriname
Een viertal rechtspersonen verzocht de Minister van Buitenlandse Zaken om openbaarmaking van gegevens van ambtenaren betrokken bij onderhandelingen over de Toescheidingsovereenkomst met Suriname. De minister maakte slechts één naam openbaar en weigerde verdere gegevens openbaar te maken met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob).
De rechtbank oordeelde dat verzoekers [X] en [Y] niet als belanghebbenden konden worden aangemerkt en verklaarde hun bezwaren niet-ontvankelijk. Voor de vier rechtspersonen stelde de rechtbank vast dat de weigering tot openbaarmaking van namen en deskundigheidsgegevens van ambtenaren onterecht was, omdat deze gegevens betrekking hebben op het beroepsmatig functioneren en het privacybelang niet zwaarder weegt dan het openbaar belang.
De weigering tot openbaarmaking van contactgegevens (postadres, e-mail, telefoon, fax) werd echter terecht gegrond op het voorkomen van onevenredige benadeling en het belang van een centrale informatievoorziening via een contactambtenaar. Ook de weigering om namen van contactpersonen openbaar te maken werd onterecht bevonden, omdat het privacybelang en het belang van internationale betrekkingen onvoldoende waren gemotiveerd.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit voor zover het de openbaarmaking van namen en deskundigheidsgegevens en namen van contactpersonen betrof en beval de minister een nieuw besluit te nemen. Het griffierecht werd aan eisers vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van openbaarmaking van namen en deskundigheidsgegevens van ambtenaren en namen van contactpersonen is vernietigd; openbaarmaking van contactgegevens blijft geweigerd.