ECLI:NL:RBARN:2007:BB8081
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Kennelijk onredelijk ontslag van WSW-werknemer wegens verstoorde arbeidsverhouding
Werknemer was sinds 1990 in dienst bij werkgever als meewerkend voorman groen, werkzaam onder de WSW-regeling vanwege psychische beperkingen. Na het volgen van drie cursusblokken voor een middenkaderopleiding werd de opleidingsfaciliteit door werkgever zonder overleg en onvoldoende motivatie ingetrokken, wat leidde tot een verstoorde arbeidsverhouding.
Werknemer was langdurig arbeidsongeschikt vanaf juli 2003, met discussie over de eerste ziektedag (10 juli 2003 of 16 februari 2004). De bedrijfsarts en het UWV namen 16 februari 2004 als eerste ziektedag, waarop de loondoorbetalingsverplichting van werkgever 104 weken bedroeg. Werknemer meldde zich in februari 2006 hersteld, maar werkgever weigerde hem toe te laten tot het werk, gesteund op het oordeel van de bedrijfsarts.
De kantonrechter stelt vast dat de verstoring van de arbeidsverhouding vooral aan werkgever te wijten is, die onvoldoende zorgvuldigheid betrachtte bij het intrekken van de opleiding en onvoldoende communicatie voerde. Werknemer droeg ook bij aan de situatie door niet te streven naar een minnelijke regeling. Het ontslag wordt daarom als kennelijk onredelijk aangemerkt.
Werknemer krijgt een schadevergoeding van €44.000 toegekend, aansluitend bij de ontbindingsvergoedingpraktijk. De loonvordering wordt deels toegewezen voor de periode tot de hersteldmelding, maar afgewezen voor de periode daarna omdat werknemer geen second opinion heeft gevraagd. Werkgever wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van €44.000 schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag en loonbetaling tot de hersteldmelding.