ECLI:NL:RBARN:2007:BB9213
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Nietigheid effectenleaseovereenkomst en verdeling restschuld tussen Dexia en cliënt
De rechtbank Arnhem heeft in deze civiele zaak geoordeeld over de nietigheid van een effectenleaseovereenkomst tussen Dexia Bank Nederland N.V. en een cliënt. De kern van het geschil betrof de vraag of Dexia daadwerkelijk aandelen had verworven ten behoeve van haar cliënt en hoe de financiële afwikkeling van de nietige overeenkomst moest plaatsvinden.
De rechtbank stelde vast dat Dexia voldoende bewijs had geleverd dat zij de aandelen via een bulkorder en de effectenbeurs Euronext had verworven en dat deze aandelen in het girodepot van Euroclear waren bijgeschreven. Dit bewijs werd onderbouwd met administratieve uittreksels en bevestigingen van transacties en clearingprocessen.
Gelet op de nietigheid van de overeenkomst, die terugwerkende kracht heeft, oordeelde de rechtbank dat het onaanvaardbaar zou zijn dat Dexia volledig nadeel zou ondervinden, mede omdat de nietigheid niet aan de orde zou zijn gekomen als de aandelenwaarde hoger was geweest dan de geldsom. Daarom werd bepaald dat beide partijen ieder de helft van de restschuld en betaalde rentetermijnen dragen.
De rechtbank wees verder buitengerechtelijke kosten af en compenseerde de proceskosten tussen partijen, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis werd uitgesproken door drie rechters op 28 november 2007.
Uitkomst: De rechtbank wijst de helft van de restschuld en betaalde rentetermijnen toe aan beide partijen en compenseert de proceskosten.