ECLI:NL:RBARN:2007:BD2394
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank bevestigt geldigheid ontheffing OZB-tariefverhoging gemeente Beuningen 2006
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de vraag centraal of de aanslag onroerende-zaakbelasting (OZB) 2006 van de gemeente Beuningen terecht is berekend op basis van een tarief dat hoger is dan het wettelijk toegestane maximum. De gemeente had voor 2006 een ontheffing gevraagd en gekregen van gedeputeerde staten (GS) van de provincie Gelderland om het tarief te verhogen. Eiser betwist de rechtsgeldigheid van deze ontheffing en stelt dat GS niet bevoegd waren deze te verlenen, dat de ontheffing niet tijdig is bekendgemaakt en dat de Verordening onroerende-zaakbelastingen daarom onverbindend is.
De rechtbank stelt vast dat de wijziging van de Gemeentewet en het Belastingplan 2006 op 1 januari 2006 in werking zijn getreden en dat artikel IVa van het Belastingplan 2006 besluiten die voor die datum zijn genomen, bekrachtigt. De rechtbank oordeelt dat het ontheffingsbesluit van GS van 13 december 2005 rechtsgeldig is, ondanks dat de schriftelijke bekendmaking pas op 20 december 2005 plaatsvond. De zogenoemde weigeringsfictie van artikel 220g, zesde lid, Gemeentewet beschermt alleen de belangen van de gemeenteraad en niet die van belastingplichtigen zoals eiser.
Verder oordeelt de rechtbank dat de ontheffing niet kan worden aangemerkt als een goedkeuring in de zin van artikel 139, derde lid, van de Gemeentewet, zodat het ontbreken van een dagtekening bij de bekendmaking van de Verordening geen strijd oplevert. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de rechtsgeldigheid van de ontheffing voor het hogere OZB-tarief 2006.