ECLI:NL:RBARN:2007:BJ2726
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op zelfstandigenaftrek bij onvoldoende uren en geen toezegging door Belastingdienst
Eiser, die sinds 1986 arbeidsongeschikt is door een ongeval, ontving in 2003 een schadevergoeding en verrichtte dat jaar nog werkzaamheden voortvloeiend uit een opdracht uit 2002. Hij claimde zelfstandigenaftrek over 2003, maar de Belastingdienst stelde dat hij niet voldeed aan het urencriterium van 1225 uur en dat de uren besteed aan het verkrijgen van de schadevergoeding niet meetellen.
Na een boekenonderzoek en correspondentie handhaafde de Belastingdienst de aanslag zonder zelfstandigenaftrek. Eiser voerde aan dat hij door de Belastingdienst tot 1 januari 2005 als ondernemer werd aangemerkt en dat hem daardoor op grond van het vertrouwensbeginsel recht op zelfstandigenaftrek zou toekomen.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij aan het urencriterium heeft voldaan, ook niet als de uren voor het verkrijgen van de schadevergoeding zouden meetellen. Daarnaast faalt het beroep op het vertrouwensbeginsel omdat geen toezegging of indruk is gewekt dat hij recht had op zelfstandigenaftrek. De beroepen worden ongegrond verklaard en de aanslagen gehandhaafd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de aanslag inkomstenbelasting 2003 zonder zelfstandigenaftrek.