ECLI:NL:RBARN:2007:BJ2937
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Naheffing omzetbelasting wegens voorbelasting op valse facturen terecht
Eiseres, een sloop- en asbestverwijderingsbedrijf, voerde beroep aan tegen een naheffingsaanslag omzetbelasting over de periode juni tot december 2002. De aanslag betrof voorbelasting die zij had afgetrokken op facturen die volgens onderzoek vals bleken te zijn. Deze facturen waren afkomstig van zogenaamd bestaande leveranciers, maar onderzoek door UWV, FIOD/ECD en de Belastingdienst toonde aan dat de bedrijven en adressen niet bestonden en de facturen gefingeerde gegevens bevatten.
Tijdens het strafrechtelijk onderzoek werden verklaringen van vennoten, hun echtgenotes en getuigen over de levering van goederen en de identiteit van de leverancier [H] gehoord. Hoewel zij stelden dat goederen geleverd waren en de leverancier bestond, kon geen persoon of bedrijf worden geïdentificeerd die overeenkwam met de omschrijvingen, en de persoon [H] die werd gehoord ontkende betrokkenheid bij de facturen.
De rechtbank oordeelde dat de facturen niet voldeden aan de wettelijke eisen voor aftrek van voorbelasting omdat de leverancier niet identificeerbaar was. De stelling van eiseres dat zij niet te kwader trouw was en zorgvuldig had gehandeld, werd verworpen. De rechtbank verwees naar het besluit van de Staatssecretaris van Financiën waarin wordt gesteld dat de afnemer een eigen verantwoordelijkheid heeft om de juistheid van facturen te controleren. Gezien de onjuiste en gefingeerde gegevens op de facturen had eiseres nader onderzoek moeten doen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de naheffingsaanslag. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep en cassatie open onder voorwaarden.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting wegens voorbelasting op valse facturen wordt bevestigd en het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard.