ECLI:NL:RBARN:2008:BC3890
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betalingsverplichting uit Levob Hefboom Effect Overeenkomsten bevestigd ondanks zorgplichtgeschil
Levob Bank NV sloot in juni 2001 vijf Levob Hefboom Effect Overeenkomsten met gedaagden, waarbij een bedrag van €35.000 werd geleend voor effectenbeleggingen. De overeenkomsten bepaalden een looptijd van vijf jaar, rente van 0,793% per maand en dat de verkoopopbrengst van effecten na afloop de lening zou aflossen. Gedaagden voldeden tot november 2004 aan hun rentebetalingsverplichtingen, maar daarna niet meer, waarna Levob de lening vervroegd opeiste en de effecten verkocht. De opbrengst was onvoldoende, waardoor een restschuld van €14.690,10 ontstond.
Gedaagden betwistten de vordering, stellende dat Levob haar zorgplicht had geschonden en te lichtvaardig had gehandeld bij verkoop van de effecten, wat volgens hen tot verval van betalingsverplichtingen zou moeten leiden. De rechtbank overwoog dat een zorgplicht voor professionele dienstverleners op het gebied van effecten bestaat, maar dat zelfs bij schending daarvan geen automatische verval van betalingsverplichtingen volgt zonder een juridische grondslag zoals ontbinding of schadevergoeding, die niet was gevorderd.
De rechtbank stelde vast dat gedaagden uitdrukkelijk erkenden tekortgeschoten te zijn in hun betalingsverplichtingen en dat Levob gerechtigd was tot vervroegde opeising. De gevorderde hoofdsom, vertragingsrente en buitengerechtelijke incassokosten werden toegewezen. De vordering tot ontbinding of schadevergoeding werd afgewezen en de proceskosten werden aan gedaagden opgelegd.
Uitkomst: Gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van €14.690,10 plus rente en incassokosten aan Levob.