ECLI:NL:RBARN:2008:BC4443
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Nietigheid aandelenleaseovereenkomst wegens ontbreken vergunning Dexia en gevolgen terugbetaling
In april 2001 sloot Dexia met de gedaagde een aandelenleaseovereenkomst waarbij gedaagde verplicht was 240 maandelijkse termijnen te betalen. Na 16 maanden stopte gedaagde met betalen, waarna Dexia betaling van de resterende schuld vorderde. De rechtbank stelde vast dat Dexia ten tijde van het aangaan van de overeenkomst niet beschikte over de vereiste vergunning als bedoeld in art. 9 Wck Pro-oud, waardoor de overeenkomst nietig is wegens strijd met een dwingende wetsbepaling.
De nietigheid leidt ertoe dat de rechtsgrond voor de wederzijdse prestaties vervalt en dat betaalde bedragen in beginsel onverschuldigd zijn. Echter, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid acht de rechtbank het onaanvaardbaar dat de overeenkomst volledig ten nadele van Dexia wordt vernietigd. De rechtbank overweegt dat indien de waarde van de aandelen hoger was geweest dan de ter beschikking gestelde geldsom, de nietigheid niet aan de orde zou zijn gekomen.
Daarom bepaalt de rechtbank dat partijen ieder de helft van de restschuld van €7.948,90 dragen, verminderd met de helft van de betaalde rente, wat resulteert in een betalingsverplichting van €3.066,85 voor gedaagde. De buitengerechtelijke kosten worden afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het verstekvonnis van 24 november 2004 wordt vernietigd en de vorderingen worden gedeeltelijk toegewezen.
Uitkomst: De overeenkomst wordt nietig verklaard en gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €3.066,85 plus rente, met compensatie van proceskosten.