ECLI:NL:RBARN:2008:BC7220
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot voeging niet-handelende echtgenoot wegens gebrek aan belang
In deze zaak vorderde de echtgenote van de gedaagde in de hoofdzaak voeging aan haar zijde, omdat zij zich wilde beroepen op de buitengerechtelijke vernietiging van effectenlease-overeenkomsten die haar echtgenoot met Dexia had gesloten. Dexia betwistte het bestaan van het huwelijk en stelde dat de overeenkomst geen huurkoop betrof, zodat de handtekening van de echtgenote niet vereist was.
De rechtbank overwoog dat volgens artikel 1:89 BW Pro een rechtshandeling zonder toestemming van de niet-handelende echtgenoot vernietigd kan worden, en dat de echtgenote de effectenlease-overeenkomsten buitengerechtelijk had vernietigd. Dit was voldoende om het beoogde effect te bereiken zonder dat voeging noodzakelijk was.
De rechtbank stelde vast dat de echtgenote geen belang had bij voeging omdat niet was gebleken dat met voeging een benadeling of verlies van recht kon worden voorkomen. Daarom wees de rechtbank de vordering tot voeging af en veroordeelde de echtgenote in de proceskosten van het incident.
Uitkomst: De vordering tot voeging van de niet-handelende echtgenoot wordt afgewezen wegens gebrek aan belang.