ECLI:NL:RBARN:2008:BD7419
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Premieplicht voor volksverzekeringen bij werkzaamheden in het buitenland voor Nederlandse werkgever
Eiseres was in 2003 en 2004 in dienst bij een Nederlandse werkgever en verrichtte haar werkzaamheden uitsluitend buiten Nederland aan boord van schepen onder Antilliaanse vlag. Verweerder legde aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen op, waarbij eiseres premieplichtig werd geacht.
Eiseres stelde dat zij op grond van artikel 12 van Pro het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999 recht had op vrijstelling van premieheffing, omdat zij gedurende ten minste drie maanden uitsluitend buiten Nederland werkte en niet uitsluitend voor een in Nederland gevestigde werkgever. De rechtbank oordeelde dat eiseres wel degelijk premieplichtig is, omdat zij uitsluitend voor een in Nederland gevestigde werkgever werkte, ongeacht dat de werkgever eerder in België was gevestigd.
De rechtbank verwees naar een arrest van de Hoge Raad waarin werd bevestigd dat het woord 'uitsluitend' in artikel 12 van Pro het Besluit niet ziet op de gehele periode van het dienstverband, maar op het heffingstijdvak. Ook het door eiseres ingeroepen gelijkheidsbeginsel werd verworpen, omdat de situatie van eiseres niet vergelijkbaar is met werknemers die gelijktijdig voor een buitenlandse werkgever werken.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep binnen zes weken.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de premieplicht voor de volksverzekeringen van eiseres over 2003 en 2004.