ECLI:NL:RBARN:2008:BD8529
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boeteoplegging aan vennootschap onder firma voor overtreding Wet arbeid vreemdelingen
De rechtbank Arnhem behandelde het beroep van een vennootschap onder firma (v.o.f.) tegen een boete van €16.000 opgelegd wegens het in strijd met artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) laten verrichten van arbeid door vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning. De v.o.f. stelde dat zij in de praktijk niet verschilde van een eenmanszaak en dat het onderscheid in boetebedragen tussen natuurlijke personen en vennootschappen onder firma onredelijk was.
De rechtbank oordeelde dat de v.o.f. terecht als werkgever in de zin van de Wav werd aangemerkt, ook omdat het begrip 'arbeid laten verrichten' geen actieve rol vereist en het feitelijk laten verrichten van arbeid voldoende is. De rechtbank verwierp het betoog dat de boete onredelijk was vanwege de financiële omstandigheden van eiseres en dat het onderscheid in boetebedragen in strijd was met artikel 14 EVRM Pro en artikel 1 van Pro het Twaalfde Protocol.
De rechtbank verwees naar de wetsgeschiedenis en eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State die het onderscheid tussen natuurlijke personen en rechtspersonen inclusief vennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid als objectief en redelijk rechtvaardigde. Het beroep werd ongegrond verklaard en de boete gehandhaafd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep van de vennootschap onder firma ongegrond en handhaaft de boete van €16.000 wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen.