ECLI:NL:RBARN:2008:BD9920
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.G. Luiten
- Rechtspraak.nl
Uitleg huwelijkse voorwaarden en redelijkheid en billijkheid bij gemeenschap van inboedel
Partijen zijn gehuwd onder huwelijkse voorwaarden waarbij alleen een gemeenschap van inboedel geldt en iedere andere huwelijksgoederengemeenschap is uitgesloten. Na echtscheiding blijft de man eigenaar van zijn vermogen, waaronder zijn onderneming, terwijl de vrouw geen aanspraak maakt op dat vermogen behalve op alimentatie. De vrouw vordert dat de rechtbank de uitsluiting van andere vermogensgemeenschappen onaanvaardbaar verklaart en dat zij recht krijgt op de helft van de fictieve huwelijksgoederengemeenschap.
De rechtbank stelt vast dat huwelijkse voorwaarden in beginsel rechtszekerheid bieden en dat afwijking daarvan alleen mogelijk is als toepassing daarvan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. De vrouw beroept zich op een arrest van de Hoge Raad waarin afwijkend gedrag tijdens het huwelijk een rol kan spelen bij de vraag of van de voorwaarden mag worden afgeweken. De rechtbank oordeelt echter dat de vrouw onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het resultaat van de huwelijkse voorwaarden onredelijk is, ook niet gelet op haar inzet voor het bedrijf van de man.
Verder is er onenigheid over de uitleg van het begrip 'gemeenschappelijke woning' in de voorwaarden. De rechtbank stelt vast dat alleen de voormalige echtelijke woning gemeenschappelijk is en dat de woningen in het buitenland slechts voor vakanties werden gebruikt. De vorderingen van de vrouw worden afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd, zodat iedere partij zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van de vrouw af en compenseert de proceskosten, waarbij iedere partij zijn eigen kosten draagt.