ECLI:NL:RBARN:2008:BF3820
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens onvoldoende aanwijzingen vooringenomenheid rechter
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen kantonrechter A. omdat deze een comparitie van partijen had gelast zonder eerst een volledige uitwisseling van standpunten, en omdat kantonrechter A. verzoeker in een eerdere, niet-verwante procedure in het ongelijk had gesteld.
De rechtbank overwoog dat het gelasten van een comparitie na de conclusie van antwoord gebruikelijk is in dagvaardingsprocedures en dat het eerdere vonnis uit 1997 geen verband hield met de huidige zaak. Er waren geen uitzonderlijke omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid vormden.
De rechterlijke onpartijdigheid werd vermoed en verzoekers vrees voor vooringenomenheid werd niet objectief gerechtvaardigd geacht. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen kantonrechter A. wordt afgewezen wegens het ontbreken van zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.