ECLI:NL:RBARN:2008:BG0289
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering op grond van borgtochtovereenkomst en afwijzing vrijwaringsvordering
In deze civiele procedure staat centraal de vraag of gedaagde op grond van een borgtochtovereenkomst gehouden is tot betaling aan eisers. Eisers vorderen betaling van een bedrag van €447.293,77 in 180 maandelijkse termijnen. Gedaagde voert diverse verweren aan, waaronder verjaring, bedrog en dwaling, die door de rechtbank worden verworpen.
De rechtbank stelt vast dat de borgtochtovereenkomst rechtsgeldig is ondertekend en dat gedaagde de adviezen om niet te tekenen bewust heeft genegeerd. De financiële situatie van de GmbH was bekend of had bekend moeten zijn. De betaling door eiser aan de banken was gerechtvaardigd en gedaagde heeft onvoldoende bewijs geleverd voor zijn stelling dat meer is betaald dan door eisers opgegeven.
In de vrijwaringszaak vordert gedaagde dat de andere partij wordt veroordeeld tot vergoeding van het door hem te betalen bedrag. Dit wordt afgewezen omdat onvoldoende is geconcretiseerd waarom de andere partij meer dan de helft van het bedrag zou moeten betalen. De proceskosten worden gecompenseerd vanwege het voormalige aanverwantschap van partijen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €447.293,77 in 180 termijnen; vrijwaringsvordering wordt afgewezen.