ECLI:NL:RBARN:2008:BG3618
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Nakoming samenwerkingsovereenkomst en dwaling bij beëindiging arbeidsovereenkomst DLV Plant
De zaak betreft een geschil tussen [eiser] en DLV Plant over de vraag of DLV Plant haar verplichtingen uit artikel 3 van Pro de vaststellingsovereenkomst is nagekomen, in het bijzonder of zij verplicht was in te schrijven op het vervolgproject Bioveem van het ministerie van LNV. Dit staat los van de beëindigde arbeidsovereenkomst tussen partijen.
Na langdurige onderhandelingen sloten partijen een vaststellingsovereenkomst waarbij DLV Plant aan [eiser] een beëindigingsvergoeding betaalde en een samenwerkingsverband werd overeengekomen. Volgens artikel 3 zou Pro DLV Plant projecten die zij verwierf op het gebied van biologische veehouderij aan [eiser] gunnen, met een aanbrengvergoeding van 10%. [Eiser] stelt dat DLV Plant tekort is geschoten door niet in te schrijven op het vervolgproject Bioveem, dat DLV Rundvee wel gegund kreeg, en vordert schadevergoeding.
DLV Plant betwist een inschrijvingsplicht en voert aan dat het onzeker was of zij zou inschrijven. De rechtbank oordeelt dat de civiele procedure niet onder de kantonrechter valt omdat het geschil niet direct de arbeidsovereenkomst betreft. De rechtbank legt de bewijslast bij [eiser] en bepaalt dat bewijslevering, waaronder getuigenverhoor, zal plaatsvinden op een nader te bepalen zitting. Alle verdere beslissingen worden aangehouden.
Uitkomst: Rechtbank oordeelt bevoegd te zijn en legt bewijslast bij eiser voor nakoming samenwerkingsovereenkomst; verdere beslissing aangehouden.