ECLI:NL:RBARN:2008:BG9208
Rechtbank Arnhem
- Hoger beroep
- D. van Driel van Wageningen
- R.J.B. Boonekamp
- A.E.B. ter Heide
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid hoger beroep bij niet tijdig kennisnemen vonnis door fout griffie
In deze zaak staat de ontvankelijkheid van het hoger beroep centraal, nadat appellant niet binnen de wettelijke termijn van drie maanden na het vonnis van de kantonrechter van 10 september 1999 hoger beroep heeft ingesteld.
Appellant stelt dat hij niet tijdig van het vonnis op de hoogte was door een fout van de griffie, die stukken en het vonnis naar een onjuist adres stuurde. Hierdoor kon appellant redelijkerwijs niet weten dat het vonnis was gewezen. De rechtbank verwijst naar een arrest van de Hoge Raad uit 2003, waarin een uitzondering op de strenge beroepstermijn wordt gemaakt als sprake is van een niet aan de appellant toe te rekenen fout.
Geïntimeerde betwist deze uitzondering en voert aan dat appellant reeds binnen de beroepstermijn op 22 november 1999 van het vonnis op de hoogte had moeten zijn, verwijzend naar een brief van een advocaat aan de griffier. De rechtbank geeft appellant de gelegenheid om hierop te reageren en houdt verdere beslissing aan, waarbij een rolzitting is gepland voor het nemen van een akte.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan en geeft appellant gelegenheid te reageren op de stellingen over kennisname van het vonnis.