ECLI:NL:RBARN:2008:BI3495
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.C.E. Ackermans-Wijn
- M.L. Drabbe
- S.J. Peerdeman
- Rechtspraak.nl
Toewijzing erkenning ongeboren kind door gehuwde man op grond van nauwe persoonlijke betrekking
De rechtbank Arnhem behandelde een verzoek tot erkenning van een ongeboren kind door een man die gehuwd is met een andere man. De ambtenaar van de burgerlijke stand had geweigerd mee te werken aan de erkenning omdat de man op het moment van erkenning gehuwd was, wat volgens artikel 1:204 lid 1 onder Pro e BW normaal gesproken niet is toegestaan.
De rechtbank oordeelde echter dat dit artikel ook van toepassing is op het homohuwelijk, gezien de gelijkstelling van het huwelijk tussen personen van gelijk geslacht met het traditionele huwelijk sinds de invoering van de Wet openstelling huwelijk in 2001. De rechtbank moest daarom beoordelen of er een nauwe persoonlijke betrekking bestaat tussen de man en het ongeboren kind.
Uit de feiten bleek dat de man als zaaddonor de biologische vader is en samen met de moeder en hun partners afspraken had gemaakt over de opvoeding en verzorging van het kind. Deze afspraken waren vastgelegd in een ouderschapsregeling en omvatten ook betrokkenheid bij de zwangerschap en bevalling.
De rechtbank stelde vast dat er voldoende aannemelijkheid is dat een nauwe persoonlijke betrekking bestaat tussen de man en het ongeboren kind. Gezien het instemmende advies van de bijzonder curator en de officier van justitie werd het verzoek toegewezen en werd de ambtenaar van de burgerlijke stand gelast mee te werken aan de erkenning. De geslachtsnaam van het kind blijft de naam van de moeder.
De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het verzoek voor zover meer of anders was verzocht werd afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank stelt vast dat een nauwe persoonlijke betrekking bestaat tussen de man en het ongeboren kind en gelast medewerking aan erkenning.