ECLI:NL:RBARN:2008:BL0954
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.M.F. Geerling
- M.C.G.J. van Well
- I. Linssen
- Rechtspraak.nl
Beperking renteaftrek bij externe lening en kapitaalstorting onder artikel 10a Wet VPB
Eiseres, een Nederlandse vennootschap binnen een internationaal concern, betwistte de beperking van renteaftrek door de Belastingdienst over de jaren 2001 en 2002. De rente betrof een fictieve rente op een renteloze lening van een verbonden buitenlandse vennootschap, die deels werd aangewend voor een kapitaalstorting in een Duitse dochtermaatschappij. Verweerder stelde dat artikel 10a, tweede lid, onderdeel b, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 van toepassing was, waardoor renteaftrek voor dat deel moest worden geweigerd.
De rechtbank oordeelde dat er een voldoende causaal verband bestond tussen de lening en de kapitaalstorting. Eiseres slaagde er niet in om aannemelijk te maken dat aan de lening en de kapitaalstorting zakelijke overwegingen ten grondslag lagen, noch dat er sprake was van een compenserende heffing in het concern. Ook het beroep op het EG-Verdrag faalde omdat sprake was van misbruik van recht. Ten slotte kon eiseres geen beroep doen op het vertrouwensbeginsel omdat zij niet alle relevante feiten aan verweerder had gemeld.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de beperking van de renteaftrek. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de beperking van renteaftrek op grond van artikel 10a Wet VPB.