ECLI:NL:HR:2004:AI0739
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt weigering renteaftrek wegens belastingontduiking bij zetelverplaatsing moedermaatschappij
Belanghebbende, een vennootschap, kreeg voor het jaar 1994 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd die na bezwaar werd verminderd. Tegen deze uitspraak ging belanghebbende in beroep bij het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, dat de aanslag bevestigde. Belanghebbende stelde cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De kern van het geschil betrof de weigering van renteaftrek op rente verschuldigd aan de moedervennootschap, die haar zetel had verplaatst naar de Nederlandse Antillen. Het Hof oordeelde dat deze transacties geen zakelijk doel dienden en dat de rente niet onderworpen was aan een redelijke belasting in het vestigingsland, waardoor sprake was van belastingontduiking.
Belanghebbende voerde aan dat deze weigering in strijd was met het EG-Verdrag inzake vrijheid van kapitaalverkeer en met de Belastingregeling voor het Koninkrijk. De Hoge Raad verwierp deze middelen, stellende dat de weigering niet onrechtmatig was omdat de renteaftrek werd geweigerd ter bestrijding van belastingontduiking en dat het EG-Verdrag hieraan geen afbreuk doet.
De Hoge Raad concludeerde dat het beroep ongegrond is en sprak geen proceskosten toe. Hiermee werd de uitspraak van het Hof bekrachtigd.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de weigering van renteaftrek wegens belastingontduiking.