ECLI:NL:RBARN:2008:BL1014
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslag inkomstenbelasting na FIOD-onderzoek taxionderneming
Eiser, eigenaar van een taxionderneming, werd geconfronteerd met een navorderingsaanslag IB/PVV over 1999, gebaseerd op een FIOD-onderzoek waaruit bleek dat slechts de helft van de omzet was verantwoord. Verweerder verklaarde het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk wegens te late indiening. De rechtbank oordeelt dat verweerder niet heeft bewezen dat het aanslagbiljet aan eiser is toegekomen, waardoor de termijnoverschrijding verschoonbaar is en het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk werd verklaard.
De rechtbank besluit zelf in de zaak te voorzien omdat verweerder het bezwaar ambtshalve heeft beoordeeld en alle relevante feiten bekend waren. Verweerder heeft op basis van het strafrechtelijk onderzoek en de verklaringen van chauffeurs aannemelijk gemaakt dat eiser opzettelijk een te lage aangifte heeft gedaan, wat leidt tot omkering en verzwaring van de bewijslast volgens artikel 27e AWR.
Eiser heeft niet aangetoond dat de navorderingsaanslag onjuist is. De rechtbank vindt de correctie niet willekeurig, gezien de onderbouwing door het FIOD-onderzoek. Daarom wordt het bezwaar ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag gehandhaafd. De rechtbank gelast tevens vergoeding van het betaalde griffierecht aan eiser.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wordt gehandhaafd en het bezwaar van eiser wordt gegrond verklaard wegens onterecht niet-ontvankelijkheid.