ECLI:NL:HR:1996:AA1931
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- De Moor
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing inzake niet-ontvankelijkheid bezwaar naheffingsaanslag omzetbelasting
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de periode 1985-1989. Na bezwaar en vermindering van de aanslag werd het bezwaar door het hof niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. Belanghebbende stelde dat hij het aanslagbiljet niet had ontvangen, waardoor de termijnoverschrijding niet aan hem kon worden toegerekend.
Het hof oordeelde dat de aanslag naar het juiste adres was verzonden en verwierp de stelling van belanghebbende dat hij het niet had ontvangen. De Hoge Raad overwoog dat indien onzekerheid bestaat over de ontvangst van het aanslagbiljet, deze onzekerheid niet voor risico van belanghebbende mag komen en dat niet-ontvankelijkheid slechts kan worden uitgesproken indien onjuistheid van die stelling is bewezen.
De Hoge Raad stelde vast dat het hof ten onrechte de onzekerheid voor risico van belanghebbende had gebracht en vernietigde het arrest. De zaak werd verwezen naar het hof voor nader onderzoek of de Inspecteur het bewijs kan leveren dat het aanslagbiljet daadwerkelijk is aangeboden of ontvangen op het adres van belanghebbende. Tevens werd belanghebbende in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak voor nader onderzoek naar het gerechtshof.