ECLI:NL:RBARN:2008:BL1039
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1998 terecht opgelegd wegens kwade trouw ondanks ambtelijk verzuim
De rechtbank Arnhem behandelde het beroep van de erven van wijlen belastingadviseur [X] tegen een navorderingsaanslag inkomstenbelasting over het jaar 1998. Verweerder had een navorderingsaanslag opgelegd omdat in de aangifte een te hoog bedrag aan rente van schulden was opgevoerd, waarbij het wettelijk maximum van f 15.000 niet in acht was genomen. Ondanks een ambtelijk verzuim van de Belastingdienst, waarbij niet correct rekening was gehouden met een vaststellingsovereenkomst en de maximering van de renteaftrek, oordeelde de rechtbank dat navordering gerechtvaardigd was.
De rechtbank stelde vast dat belastingplichtige, als belastingadviseur, op de hoogte moest zijn van de wettelijke aftrekbeperking en bewust een onjuiste aangifte had gedaan met het oogmerk minder belasting te betalen. Het feit dat de Belastingdienst een fout maakte bij het opleggen van de aanslag, stond navordering niet in de weg omdat de belastingplichtige te kwader trouw was. Het beroep van de erven werd daarom ongegrond verklaard.
De rechtbank wees verder op de procedurele vereisten voor hoger beroep en besloot dat er geen aanleiding was voor proceskostenveroordeling. De uitspraak werd op 28 augustus 2008 in het openbaar gedaan door de meervoudige belastingkamer van de rechtbank Arnhem.
Uitkomst: De navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1998 is terecht opgelegd wegens kwade trouw van belastingplichtige ondanks ambtelijk verzuim.