ECLI:NL:RBARN:2009:BH6013
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank Arnhem bevestigt gebondenheid aan vaststellingsovereenkomst over waarde verhuurd bedrijfspand
Eiser had bezwaar gemaakt tegen de door de Belastingdienst vastgestelde waarde van een bedrijfspand dat hij verhuurde aan een vennootschap waarin hij een aanmerkelijk belang had. In 2007 sloten partijen een minnelijke vaststellingsovereenkomst over de waarde van het pand per 1 januari 2001, waarbij zij een waarde van € 1.270.000 overeenkwamen. Eiser stelde later dat hij niet gebonden was aan deze overeenkomst en dat de waarde hoger moest zijn.
De rechtbank oordeelde dat de vaststellingsovereenkomst bindend is en niet vernietigbaar wegens ernstige gebreken, mede gelet op het arrest van de Hoge Raad van 5 december 2008. De rechtbank verwierp het verweer van eiser dat de taxatie onjuist was omdat het pand leeg zou zijn getaxeerd, terwijl het verhuurd was. Ook het argument dat de taxateurs hun waarderingen hadden gemengd in strijd met de overeenkomst werd afgewezen.
Voor het jaar 2003 werd het beroep van eiser gegrond verklaard omdat hij aannemelijk maakte dat de verkoopprijs van het pand per 31 januari 2003 lager was dan de aanvankelijk gehanteerde waarde. De rechtbank paste de aanslag aan op basis van een verkoopprijs van € 1.400.000 in plaats van € 1.635.000. Proceskostenvergoeding werd niet toegekend omdat de wijziging pas in de beroepsfase was ingebracht. Het betaalde griffierecht werd wel vergoed.
Uitkomst: Eiser is gebonden aan de vaststellingsovereenkomst over de waarde per 1 januari 2001; aanslag 2003 wordt verminderd op basis van aangepaste verkoopprijs.