ECLI:NL:HR:2007:BB4750
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- F.W.G.M. van Brunschot
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over proceskostenvergoeding bij beroep vennootschapsbelastingverliesvaststelling
Belanghebbende kreeg voor 1999 een nihil aanslag vennootschapsbelasting opgelegd, met een verliesvaststellingsbeschikking van ƒ 951.479. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur deze beschikking, maar het Hof vernietigde dit en stelde het verlies vast op ƒ 1.663.979. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het hofarrest.
Het geschil betrof onder meer de vraag of belanghebbende aanspraak kon maken op vergoeding van proceskosten op grond van artikel 8:75 Awb Pro. Het hof wees de proceskostenvergoeding af omdat het beroep uitsluitend voortkwam uit de handelwijze van belanghebbende, namelijk het aanvechten van een vaststellingsovereenkomst.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof dit ten onrechte had aangenomen, omdat de correctie van de Inspecteur een keuze was en niet uitsluitend voortvloeide uit de handelwijze van belanghebbende. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het hofarrest vernietigd voor zover het de proceskosten betreft, en werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en kosten van rechtsbijstand.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest voor wat betreft de proceskosten en veroordeelt de Staat tot vergoeding van griffierecht en kosten aan belanghebbende.