ECLI:NL:RBARN:2009:BI5886
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen privaatrechtelijke dienstbetrekking tussen bemiddelingsbureau en Poolse arbeiders, wel fictieve dienstbetrekking als uitzendkrachten
De rechtbank Arnhem behandelde het beroep van [X] B.V. tegen een naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen (LB/PVV) over de periode juli tot november 2004. De kern van het geschil betrof de vraag of tussen eiseres en de Poolse arbeiders sprake was van een privaatrechtelijke dienstbetrekking of van een fictieve dienstbetrekking als uitzendkrachten.
Uit het dossier en het SIOD-rapport bleek dat de Poolse arbeiders via eiseres bij opdrachtgevers in de agrarische sector werden tewerkgesteld. Hoewel de arbeiders werden ingeschreven als zelfstandigen en factureerden aan opdrachtgevers, had eiseres feitelijk de beschikking over hun zakelijke bankrekeningen en betaalde zij hen het loon uit. De werkzaamheden werden onder toezicht en leiding van de opdrachtgevers verricht, die ook de inhoud van het werk bepaalden.
De rechtbank concludeerde dat er geen gezagsverhouding bestond tussen eiseres en de arbeiders, zodat geen privaatrechtelijke dienstbetrekking aanwezig was. Wel was er sprake van uitzendovereenkomsten in de zin van artikel 7:690 BW Pro en een fictieve dienstbetrekking volgens artikel 4 Wet Pro LB juncto artikel 2a Uitvoeringsbesluit LB. De naheffingsaanslag werd daarom terecht opgelegd, ook tegen het anoniementarief wegens het ontbreken van loonbelastingverklaringen.
Het beroep werd ongegrond verklaard. De rechtbank wees erop dat eiseres geen proceskosten werd opgelegd en dat tegen de uitspraak hoger beroep mogelijk was bij het gerechtshof Arnhem.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen.