ECLI:NL:GHARN:2010:BN1395
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep loonbelasting naheffing wegens dienstbetrekking Poolse arbeiders
Belanghebbende, X B.V., kreeg een naheffingsaanslag opgelegd voor loonbelasting en premie volksverzekeringen over het tijdvak juli tot november 2004, vanwege de dienstbetrekking van Poolse arbeiders die via haar werden ingezet. De Inspecteur handhaafde de aanslag na bezwaar en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Belanghebbende stelde hoger beroep in bij het Gerechtshof Arnhem.
Het Hof stelde vast dat de Poolse arbeiders feitelijk in dienstbetrekking werkzaam waren bij belanghebbende, ondanks dat zij formeel als zelfstandigen werden gepresenteerd. Dit bleek uit verklaringen van getuigen, bankgegevens en het feit dat belanghebbende over de zakelijke rekeningen van de Polen beschikte en het loon uitbetaalde. Het Hof kwalificeerde de arbeidsrelatie als een uitzendovereenkomst en daarmee als een privaatrechtelijke dienstbetrekking.
De naheffingsaanslag was berekend op €93.357, waarvan €11.251 loonbelasting en €82.106 premie volksverzekeringen. Het Hof oordeelde dat de premie volksverzekeringen niet terecht was geheven omdat de Poolse werknemers niet premieplichtig waren wegens het ontbreken van tewerkstellingsvergunningen. De Inspecteur mocht deze premies niet intern compenseren met loonbelasting, aangezien het twee afzonderlijke heffingen zijn. Ook het vertrouwensbeginsel stond interne compensatie in de weg.
Het Hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond, en verminderde de naheffingsaanslag en heffingsrente dienovereenkomstig. Tevens veroordeelde het Hof de Inspecteur in de proceskosten en gelastte vergoeding van het griffierecht. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open.
Uitkomst: De naheffingsaanslag loonbelasting wordt verminderd tot €11.251 en de naheffing premie volksverzekeringen wordt vernietigd.