2.15. In een verklaring van [betrokkene 2] van 6 maart 2009 staat onder meer:
’(…) Limos was een voormalig kazernecomplex in Nijmegen. De combi moest daar starten voor de gemeente i.v.m. de door gemeente geplande oplevering van daar geplande woningen. Voor de start van de werkzaamheden was ons een vrij terrein en een vrij tracé toegezegd door de gemeente Nijmegen. Ik woonde de coördinatiebesprekingen bij, die plaatsvonden tussen de Gemeente en de verschillende combipartners. De gemeente werd daarbij vertegenwoordigd door de door haar aangestelde heer [voorletter] [betrokkene 4] (…)
De eerste week nadat de combi haar werkzaamheden gestart was, was e.e.a. nog wel werkbaar. Tijdens de voortgang van onze werkzaamheden kwamen echter de toezeggingen van Dhr. [betrokkene 4] steeds meer onder druk te staan. Die toezeggingen hielden niet alleen een vrij tracé, maar ook dat de uitvoering van de combiwerkzaamheden voor het leggen van kabels en leidingen in één aaneengesloten arbeidsgang zou kunnen plaatsvinden. Dat vrij tracé hield niet alleen in: vrij van obstakels boven de grond, maar steeds en uitdrukkelijk ook, vrij van obstakels onder de grond, wat meerdere malen indringend aan de orde is gekomen omdat het project werd gerealiseerd op een voormalig kazerne terrein en de grond ter plaats vol munitie zat. Al snel bleek immers dat het terrein niet steeds voor de combi-werkzaamheden beschikbaar was omdat de gemeente iedere keer weer munitieonderzoek moest laten doen. Daarom moest het werk telkens worden stilgelegd: om de munitie opruimingsdienst gelegenheid te geven ter plaatste opruimingswerkzaamheden te verrichten, waarna al de verschillende werkzaamheden weer opnieuw moesten worden opgestart. (…)
Vooral bij deze hierboven genoemde, maar ook bij andere voorkomende problemen zoals die nu eenmaal altijd tijdens een project voorkomen, is een goede coördinatie vereist, maar niet alleen tussen de combi partners onderling, waarvoor ik verantwoordelijk was. Maar ook tussen de combi-aannemer [betrokken bedrijf] en de civiele aannemer [betrokkene 6]: die coördinatie lag, zoals gebruikelijk, bij de gemeente Nijmegen. (…) Omdat de gemeente vanaf het begin af aan deze overall coördinerende rol in het Limosproject in het geheel niet of nauwelijks heeft opgepakt, zijn veel afstemmingsproblemen en daardoor onnodige kosten voor alle betrokkenen ontstaan. Stadsverwarming (SV) die buiten de combi werkt was ter plaatse op hetzelfde moment als de combi aan het werk en had daarbij dezelfde problemen. Dit is ook de reden dat er voor de combi geen ruimte was voor het wegzetten van grond naast de sleuf. Daarom moest deze tijdelijk worden afgevoerd naar een depot. (…) Een deel van die extra kosten betrof het moeten opvangen van het ontbreken van die coördinatie: ikzelf heb veel extra werk moeten verzetten om alles nog goed te krijgen, werk dat ik normaal niet zou hebben hoeven doen: doordat de beschikbare ruimte en tijd voor de combi activiteiten beperkt was, was het coördineren van tijdelijke opslag van materialen, het opslaan van vrijkomende grond en het voortdurend aanpassen van de volgorde waarin de werken werden uitgevoerd noodzakelijk. Het ging daarbij niet alleen om het elkaar in de weg zitten met grond, maar ook met materialen, bouwketen, voertuigen, etc. etc.
Door gebrek aan coördinatie ontstond voor de combi en SV dus veel hinder van bouwactiviteiten van de civiele aannemer, tot combi-sleuven aan toe die door hen zonder overleg vooraf voortijdig werden dichtgegooid omdat hij ook verder wilde. (…)’.