ECLI:NL:RBARN:2009:BJ0687
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.H.W. Bodt
- J.A. van Schagen
- J.M. Neefe
- Rechtspraak.nl
Matiging bestuurlijke boete wegens overschrijding redelijke termijn bij bemonstering kippenmest
Eiseres, een transportbedrijf, kreeg een bestuurlijke boete van €300 opgelegd wegens het niet nemen van een monster uit een lading vaste kippenmest bestemd voor export, in strijd met artikel 78, derde lid, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet. Eiseres voerde aan dat de overtreding haar niet kon worden toegerekend vanwege risico's volgens de Arbowet en de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, en stelde zich op het standpunt van overmacht en wettelijk voorschrift.
De rechtbank oordeelde dat het nemen van een monster tijdens het laden wel degelijk mogelijk is zonder strijd met genoemde wetten, mits de juiste hygiënemaatregelen worden getroffen. Het beroep op overmacht en wettelijk voorschrift faalde daarom. De boete was terecht opgelegd, maar de rechtbank constateerde dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak was overschreden, aangezien de procedure meer dan twee jaar duurde vanaf het moment dat eiseres de boete werd aangezegd.
Op grond van het EVRM en vaste jurisprudentie matigde de rechtbank de boete met 10% tot €270. De rechtbank wees een vergoeding van proceskosten af, omdat de overschrijding van de redelijke termijn niet door eiseres was aangevoerd en de rechtbank zelf een aanzienlijk aandeel had in de vertraging. De uitspraak werd gedaan door drie rechters van de rechtbank Arnhem op 28 april 2009.
Uitkomst: De bestuurlijke boete wordt gematigd van €300 naar €270 wegens overschrijding van de redelijke termijn.