ECLI:NL:RBARN:2009:BJ0731
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.H.W. Bodt
- J.A. van Schagen
- J.M. Neefe
- Rechtspraak.nl
Matiging bestuurlijke boetes wegens overschrijding redelijke termijn bij invullen vervoersbewijzen meststoffen
Eiseres, een transportbedrijf, kreeg vijf bestuurlijke boetes van € 200 opgelegd wegens het niet direct invullen van het netto gewicht van dierlijke meststoffen op vervoersbewijzen, in strijd met artikel 62 van Pro de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet. De rechtbank oordeelt dat 'terstond' betekent onmiddellijk na weging, conform de regeling, en dat eiseres deze bepaling heeft overtreden.
Eiseres stelde dat het invullen ook tijdens of na het vervoer mocht plaatsvinden en dat de chauffeur nog niet toe was gekomen aan het invullen. De rechtbank verwierp dit standpunt en bevestigde dat de boetes terecht zijn opgelegd. Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak was overschreden, omdat de procedure langer dan twee jaar duurde vanaf het moment dat eiseres kennis kreeg van de overtredingen en boetes.
Gelet op deze termijnoverschrijding vernietigde de rechtbank het bestreden besluit en matigde de boetes met 10% tot € 180 per boete. Een veroordeling in proceskosten werd niet toegewezen omdat de termijnoverschrijding niet door eiseres was aangevoerd en de rechtbank een aanzienlijk aandeel in de vertraging had.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Arnhem op 28 april 2009 en is openbaar.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de boetes wegens overschrijding van de redelijke termijn en matigt deze met 10% tot € 180 per boete.