ECLI:NL:RBARN:2009:BJ1471

Rechtbank Arnhem

Datum uitspraak
11 mei 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AWB 08/3261
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:2 AwbArt. 6:24 AwbArt. 6:13 AwbArt. 8:1 AwbArt. 8:75 Awb
Verwijzingen
11 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken belanghebbende bij monumentenvergunning

Stichting De Oostermolen stelde beroep in tegen een monumentenvergunning voor de afbraak van een gemeentelijk monument te Nijkerk. De rechtbank oordeelde dat de stichting ten tijde van het bestreden besluit niet als belanghebbende kon worden beschouwd, omdat haar statuten pas na het besluit waren gewijzigd.

De rechtbank verwees naar jurisprudentie dat alleen personen die op het moment van het besluit belanghebbende zijn, beroep kunnen instellen. De eerdere niet-ontvankelijkverklaring door de voorzieningenrechter was onherroepelijk. De stichting had geen procesbelang meer omdat de afbraak inmiddels was voltooid.

Hoewel de stichting stelde dat een gegrondverklaring van het beroep een signaal zou kunnen zijn in een lopende bestemmingsplanprocedure, vond de rechtbank dit te ver verwijderd van het bestreden besluit om procesbelang te erkennen. Het beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard.

Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep van Stichting De Oostermolen wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van belanghebbende ten tijde van het bestreden besluit.

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM
Sector bestuursrecht
registratienummer: AWB 08/3261
uitspraak ingevolge artikel 8:77 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
van 11 mei 2009
inzake
Stichting De Oostermolen, eiseres,
gevestigd te Nijkerk,
tegen
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijkerk, verweerder,
alsmede
Aprisco B.V., partij ex artikel 8:26 van Pro de Awb,
te Assen.
1. Aanduiding bestreden besluit
Besluit van verweerder van 27 mei 2008.
2. Procesverloop
Bij het bestreden besluit, dat is voorbereid met toepassing van afdeling 3.4 van de Awb, heeft verweerder een monumentenvergunning verleend voor de afbraak van het gemeentelijk monument Molenplein 16 te Nijkerk (verder: de Oostermolen).
Tegen dit besluit is op 18 juni 2008 beroep ingesteld door eiseres. Voorts is door eiseres een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
Bij mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 11 juli 2008 is het beroep niet-ontvankelijk verklaard en is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Op 15 juli 2008 heeft eiseres, na wijziging van haar statuten, opnieuw beroep ingesteld.
Door verweerder is een verweerschrift ingediend. Naar deze en de overige door partijen ingebrachte stukken wordt hier kortheidshalve verwezen.
Het beroep is behandeld ter zitting van de meervoudige kamer van de rechtbank van 27 maart 2009. Voor eiseres is aldaar [A] verschenen. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door [B] en [C].
3. Overwegingen
Alvorens tot een inhoudelijke beoordeling van het beroep te kunnen overgaan, dient de rechtbank te beoordelen of het beroep van eiseres ontvankelijk is.
Blijkens artikel 8:1 van Pro de Awb staat de mogelijkheid om beroep in te stellen tegen een besluit slechts open voor belanghebbenden.
Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Awb, wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.
Ingevolge het derde lid worden ten aanzien van rechtspersonen als hun belangen mede beschouwd de algemene en collectieve belangen die zij krachtens hun doelstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigen.
Met de uitspraak van de voorzieningenrechter van 11 juli 2008 (registratienummers 08/2824 en 08/2823), waarin het eerste beroep van eiseres niet-ontvankelijk is verklaard en waartegen geen hoger beroep is ingesteld, is rechtens komen vast te staan dat eiseres op dat moment, gelet op haar statutaire doelstelling, niet als belanghebbende kon worden beschouwd.
Op 14 juli 2008 heeft eiseres haar statuten gewijzigd en op 15 juli 2008 heeft zij ten tweeden male een beroepschrift ingediend tegen het bestreden besluit.
Uit onder meer de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 19 november 2003 (LJN: AN8357) en 19 juli 2006 (LJN: AY4245) leidt de rechtbank af dat de mogelijkheid om beroep in te stellen uitsluitend open staat voor personen die ook ten tijde van het bestreden besluit reeds als belanghebbende konden worden beschouwd. Daargelaten de vraag of het systeem van de Awb zich niet verzet tegen het ten tweeden male bij de rechtbank indienen van een beroepschrift door dezelfde persoon tegen hetzelfde besluit, neemt de wijziging van de statutaire doelstelling op 14 juli 2008 niet weg dat eiseres, gelet op de onherroepelijke uitspraak van de voorzieningenrechter, op het moment van het nemen van het bestreden besluit op 27 mei 2008 niet als belanghebbende kon worden beschouwd. Het onderhavige beroep van eiseres moet reeds om die reden niet-ontvankelijk worden verklaard.
Ten overvloede merkt de rechtbank nog op dat haar evenmin is gebleken dat eiseres nog een procesbelang heeft bij een beoordeling van het beroep, nu vaststaat dat de afbraak van de Oostermolen inmiddels is voltooid. Ter zitting is namens eiseres naar voren gebracht dat haar procesbelang is gelegen in de lopende bestemmingsplanprocedure, waarin de herinrichting van het gebied waarin de Oostermolen zich bevond aan de orde is. Eiseres heeft de rechtbank verzocht om het betrokken bestuursorgaan op te dragen om, via die bestemmingsplanprocedure, ter plaatse voor passende vervanging (bij voorkeur een nieuwe molen) te zorgen. De rechtbank zou echter, ook bij een eventuele gegrondverklaring van het beroep, niet aan dat verzoek hebben kunnen voldoen, omdat het buiten haar bevoegdheid ligt om in het kader van dit geding een dergelijke opdracht te geven.
Eiseres heeft voorts gesteld dat ook zonder een dergelijke opdracht een signaal zou kunnen uitgaan van een gegrondverklaring van het beroep, dat in het kader van de lopende bestemmingsplanprocedure van belang kan zijn. Een dergelijk belang staat naar het oordeel van de rechtbank echter in een te ver verwijderd verband van de bestreden monumentenvergunning om daaruit een procesbelang te kunnen afleiden bij een beoordeling van het beroep.
Er bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van Pro de Awb.
4. Beslissing
De rechtbank
verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Aldus gegeven door mr. A.A.J. de Gier als voorzitter, mr. D.J. Post en mr. A.M.C.C. Tubbing als rechter, en in het openbaar uitgesproken op 11 mei 2009 in tegenwoordigheid van mr. J.N. Witsen, griffier.
De griffier, De voorzitter,
Tegen deze uitspraak staat voor belanghebbenden, behoudens het bepaalde in artikel 6:24 juncto Pro 6:13 van de Awb, binnen 6 weken na de dag van verzending hiervan, hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA 's-Gravenhage.
Verzonden op: 11 mei 2009