ECLI:NL:RBARN:2009:BJ7295
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn UWV-besluit arbeidsongeschiktheid
Eiser verzocht het UWV om een WAO-uitkering per 4 november 2004, welke aanvankelijk werd geweigerd wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid. Na bezwaar en beroep werd uiteindelijk een uitkering toegekend met terugwerkende kracht tot die datum. Eiser vroeg vervolgens schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro.
De rechtbank constateert dat de bezwaarprocedure, die de basis vormt voor de schadevergoeding, minder dan een jaar heeft geduurd, waardoor niet voldaan is aan de criteria uit de Richtlijn 2005 van het UWV. Ook de periode na de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep tot het nieuwe besluit op bezwaar was korter dan een jaar. De rechtbank oordeelt dat de richtlijn op consistente wijze is toegepast en dat het verzoek om vergoeding terecht is afgewezen.
Verder stelt de rechtbank vast dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd was ten aanzien van de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep, waardoor het besluit wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen in stand blijven. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen, het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.