ECLI:NL:RBARN:2009:BK1118

Rechtbank Arnhem

Datum uitspraak
30 september 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
110711
Instantie
Rechtbank Arnhem
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 195 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Deskundigenonderzoek bevolen in letselschadezaak na oogoperatieinfectie

In deze letselschadezaak tussen eiseres en een interconfessionele gezondheidszorgstichting heeft de rechtbank Arnhem op 30 september 2009 een deskundigenonderzoek bevolen. De deskundigen dienen het verloop van de operatie, het gebruik van instrumenten en de mogelijke oorzaken van de infectie te onderzoeken.

De rechtbank benoemde prof. dr. P.J. Ringens als oogarts en prof. dr. C.M.J.E. Vandenbroucke-Grauls als microbioloog, nadat prof. dr. A. Voss verhinderd was. De deskundigen moeten een uitgebreid rapport opstellen dat antwoord geeft op elf gedetailleerde vragen over de operatie, instrumenten, infectierisico's en de kans op herstel bij een eerdere behandelingsdatum.

De rechtbank stelde een voorschot van €3.570,- op de kosten van het onderzoek vast, te storten door eiseres. Het onderzoek mag pas starten na betaling. De deskundigen moeten partijen gelegenheid geven tot opmerkingen en verzoeken en het rapport uiterlijk 31 januari 2010 indienen. De zaak is verwezen naar een rolzitting op 3 maart 2010 voor verdere behandeling na ontvangst van het deskundigenbericht.

Uitkomst: Deskundigenonderzoek bevolen en zaak aangehouden tot ontvangst deskundigenrapport.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK ARNHEM
Sector civiel recht
zaaknummer / rolnummer: 110711 / HA ZA 04-432
Vonnis van 30 september 2009
in de zaak van
[eiseres],
wonende te [woonplaats],
eiseres,
advocaat mr. R. Schoemaker,
tegen
1. de stichting
INTERCONFESSIONELE STICHTING GEZONDHEIDSZORG RIVIERENLAND,
gevestigd te Tiel,
gedaagde,
advocaat mr. W.A.J. Hagen.
Partijen zullen hierna [eiseres] en het ziekenhuis genoemd worden.
1. De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 27 mei 2009,
- de gelijktijdig genomen akten van [eiseres] en het ziekenhuis.
1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De verdere beoordeling
2.1. Zowel [eiseres] als het ziekenhuis hebben te kennen gegeven zich te kunnen vinden in de door de rechtbank bij het vorige tussenvonnis geformuleerde vraagstelling. Verder hebben zij aangegeven akkoord te zijn met benoeming van prof. dr. A. Voss en als oogarts voor te stellen prof. dr. P.J. Ringens, verbonden aan het VU medisch centrum te Amsterdam.
2.2. Daartoe door de rechtbank aangezocht, heeft prof. dr. A. Voss te kennen gegeven verhinderd te zijn. Prof. dr. P.J. Ringens heeft desverzocht te kennen gegeven in staat en bereid te zijn het deskundigenonderzoek te verrichten en vrij te staan ten opzichte van de partijen. Uit een oogpunt van praktische hanteerbaarheid heeft de rechtbank, in overleg met prof. dr. P.J. Ringens, als microbioloog aangezocht prof. dr. C.M.J.E. Vandenbroucke-Grauls, als hoofd van de afdeling medische microbiologie verbonden aan het VU medisch centrum te Amsterdam. Ook zij heeft verklaard in staat en bereid te zijn het deskundigenonderzoek te verrichten en vrij te staan ten opzichte van de partijen.
2.3 Aan de hand van de opgave van de deskundigen wordt het voorschot op hun loon en kosten, inclusief de daarover verschuldigde omzetbelasting, bepaald op € 3.570,00, te weten op € 2.000 excl. BTW voor prof. dr. P.J. Ringens en op € 1.000,00 excl. BTW voor prof. dr. C.M.J.E. Vandenbroucke-Grauls. Dit bedrag dient, gezien artikel 195 Rv Pro., ter griffie te worden gedeponeerd door [eiseres].
2.4. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.
3. De beslissing
De rechtbank
beveelt een onderzoek door deskundigen ter beantwoording van de volgende vragen:
1. Kunt u aan de hand van het operatieverslag, het rapport van Boks en de overige zich in het dossier bevindende informatie een beschrijving geven van het verloop van de operatie van [eiseres]?
2. Kunt u aan de hand van voornoemde gegevens aangeven met welke instrumenten ín het oog is gewerkt tijdens de ingreep? Wilt u definiëren wat u verstaat onder 'ín' het oog werken en wat u verstaat onder 'oog'? Welke handelingen zijn met de instrumenten verricht? Kunt u daarbij aangeven of het reusable en/of disposable instrumenten betrof?
3. Kunt u aan de hand van voornoemde gegevens aangeven welke instrumenten daarnaast tijdens deze ingreep zijn gebruikt (waarmee dus niet ín het oog is gewerkt) en welke handelingen daarmee zijn verricht? Wilt u daarbij aangeven of het reusables en/of disposables betrof?
4. Is het mogelijk dat door het gebruik van niet steriele instrumenten waarmee niet ín het oog is gewerkt maar die tijdens de ingreep wel zijn gebruikt (zie uw antwoord op vraag 3) de onderhavige infectie is veroorzaakt? Wilt u dat antwoord motiveren?
5. Is het mogelijk dat tijdens deze operatie, waarbij na het aanprikken van de oogrok sprake is van uit het oog lopend vocht, de infectie zoals die zich bij [eiseres] heeft voorgedaan, is veroorzaakt? Wilt u bij de beantwoording van die vraag ingaan op de stelling dat bacteriën niet tegen de stroom kunnen opzwemmen?
6. Is het mogelijk dat er tijdens deze operatie een bacterie op het oog is gekomen die zich heeft weten te handhaven om na het tot stilstand komen van de stroom oogvocht alsnog een infectie als de onderhavige te veroorzaken?
7. Welke handelingen vinden er nog plaats na de ingreep? Wilt u daarbij erop ingaan met welke instrumenten wordt gewerkt? Is het mogelijk dat bij deze handelingen een infectie zoals die zich bij [eiseres] heeft voorgedaan, is veroorzaakt?
8. Hoe groot acht u de kans dat de infectie zoals die zich bij [eiseres] heeft voorgedaan is veroorzaakt door het gebruik van niet steriele instrumenten tijdens de operatie? Wilt u hierbij zo mogelijk een percentage noemen?
9. Hoe groot acht u de kans dat de infectie zoals die zich bij [eiseres] heeft voorgedaan is veroorzaakt vanuit de eigen flora van de patiënt? Wilt u hierbij zo mogelijk een percentage noemen?
10. Wanneer [eiseres] op 5 december 1998 de behandeling zou hebben gehad die zij in werkelijkheid op 7 december 1998 heeft gehad, hoe zou het [eiseres] dan zijn vergaan wat betreft haar gezichtvermogen? Wilt u de kans dat het haar beter zou zijn vergaan zo mogelijk in een percentage uitdrukken?
11. Heeft u verder nog vragen of opmerkingen die voor de beoordeling van de zaak van belang kunnen zijn?
benoemt tot deskundigen om dit onderzoek te verrichten:
Prof. dr. P.J. Ringens,
afdeling oogheelkunde VU medisch centrum, kamer 1F34,
Postbus 7057
1007 MB Amsterdam
tel. 020-4444795
fax. 020-4444645
email PJ.Ringens@vumc.nl
Prof. dr. C.M.J.E. Vandenbroucke-Grauls
afdeling medische microbiologie VU medisch centrum
Postbus 7057
1007 MB Amsterdam
tel: 020-4440488
fax: 020-4440473
email secretariaat: klinmicrobiol@vumc.nl
bepaalt dat de griffier een kopie van dit vonnis aan de deskundigen zal toezenden,
bepaalt dat [eiseres] voor 14 oktober 2009 (kopieën van) de overige processtukken en - voor zover mogelijk - de andere door de deskundigen noodzakelijk geachte stukken aan de deskundigen zal doen toekomen,
bepaalt dat [eiseres] voor 14 oktober 2009 als voorschot op de kosten inclusief omzetbelasting van de deskundigen € 3.570,00 ter griffie van deze rechtbank dient te deponeren door dit bedrag over te maken op rekening nummer 19.23.25.752 ten name van Arrondissement 533 Arnhem onder vermelding van het rolnummer en de namen van partijen,
bepaalt dat de griffier onmiddellijk na betaling van dit voorschot de deskundigen hiervan in kennis zal stellen en dat de deskundigen pas dan met het onderzoek behoeven te beginnen,
bepaalt dat de deskundigen zich met vragen over het onderzoek kunnen wenden tot de rechter-commissaris mr. A.E.B. ter Heide,
bepaalt dat de plaats en de tijd waar en wanneer de deskundigen tot het onderzoek zullen overgaan, zullen worden vastgesteld door de deskundigen in overleg met de raadslieden van de partijen,
bepaalt dat de deskundigen een gezamenlijk schriftelijk en ondertekend bericht zullen inleveren ter griffie van deze rechtbank voor 31 januari 2010,
bepaalt dat de deskundigen tegelijk met dit schriftelijk bericht hun declaratie ter griffie zullen indienen onder vermelding van het zaak- en rolnummer,
bepaalt dat de deskundigen bij het onderzoek de partijen in de gelegenheid moeten stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundigen in het schriftelijk bericht moeten doen blijken of aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding in dat bericht van de eventueel gemaakte opmerkingen en/of gedane verzoeken,
verwijst de zaak naar de rolzitting van 3 maart 2010 voor het nemen van een conclusie na deskundigenbericht aan de zijde van [eiseres],
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.B. Boonekamp, mr. A.E.B. ter Heide en mr. S.C.P. Giesen en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2009.