ECLI:NL:RBARN:2009:BK9433

Rechtbank Arnhem

Datum uitspraak
16 november 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
191919
Instantie
Rechtbank Arnhem
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:254 BWArt. 29b lid 4 Wet op de JeugdzorgArt. 29b lid 5 Wet op de JeugdzorgArt. 29f lid 2 Wet op de Jeugdzorg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aanhouding verzoek gesloten jeugdzorg wegens ontbreken gedragswetenschapperverklaring en advocaat

De Raad voor de Kinderbescherming heeft een verzoek ingediend tot ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg om een MTFC-traject te realiseren.

De kinderrechter stelde vast dat de belangen en gezondheid van de minderjarigen ernstig worden bedreigd en dat andere middelen onvoldoende zijn. Echter ontbrak een vereiste verklaring van een gedragswetenschapper en was er geen advocaat toegevoegd voor de minderjarige, wat wettelijk verplicht is bij gesloten jeugdzorg.

Daarom werd het verzoek tot gesloten jeugdzorg aangehouden tot een volgende zitting, waarbij de Raad wordt verzocht de ontbrekende verklaring en informatie over de plaatsingstermijn te verstrekken. De kinderrechter voegde een advocaat toe aan de minderjarige ter voorbereiding op de vervolgprocedure.

Uitkomst: Het verzoek tot gesloten jeugdzorg is aangehouden wegens het ontbreken van een gedragswetenschapperverklaring en advocaat toevoeging.

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM
Sector Familie en Jeugd
Zaakgegevens: 191919 / JE RK 09-17103
Datum uitspraak:
beschikking van de kinderrechter van 16 november 2009
in de zaak van
het op 23 oktober 2009 ingediende verzoekschrift van de Raad voor de Kinderbescherming te Arnhem, tot ondertoezichtstelling van:
1. [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats];
2. [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats];
3. [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
hierna te noemen de minderjarigen,
alsmede het op 10 november 2009 ingediende verzoekschrift van de Raad voor de Kinderbescherming tot verlening van een machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige sub 1.
De kinderrechter merkt naast de minderjarigen sub 1 en 2 als belanghebbende aan:
- [moeder]
wonende te [woonplaats],
[adres].
Het ouderlijk gezag wordt uitgeoefend door de moeder, [naam].
Het procesverloop
De Raad voor de Kinderbescherming te Arnhem heeft een verzoekschrift met bijlage(n) ingediend, daartoe strekkende dat de ondertoezichtstelling van voornoemde minderjarigen wordt uitgesproken.
Tevens heeft de Raad voor de Kinderbescherming een verzoekschrift ingediend met bijlagen daartoe strekkende dat machtiging tot plaatsing van de minderjarige sub 1 in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg wordt verleend tot aan meerderjarigheid
([datum]). Het indicatiebesluit is bij het verzoekschrift overgelegd.
De machtiging tot uithuisplaatsing wordt verzocht om een MTFC-traject te kunnen realiseren.
Op 16 november 2009 heeft de kinderrechter de zaak ter terechtzitting met gesloten deuren behandeld.
Gehoord daarbij:
- een vertegenwoordigster van de Raad voor de Kinderbescherming, (hierna te noemen: de Raad),
- een vertegenwoordiger van de stichting Bureaus Jeugdzorg Gelderland, (hierna te noemen: de stichting).
Opgeroepen en niet verschenen zijn:
- de minderjarige sub 1,
- de minderjarige sub 2,
- [moeder].
Vaststellingen en overwegingen
Op grond van de overgelegde stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht is naar het oordeel van de kinderrechter komen vast te staan dat de minderjarigen zodanig opgroeien dat de zedelijke of geestelijke belangen of de gezondheid ernstig worden bedreigd en dat de andere middelen ter afwending van deze bedreiging hebben gefaald of, naar is te voorzien zullen falen (artikel 1:254, lid 1, van het Burgerlijk Wetboek).
Ten aanzien van het verzoek van de Raad tot plaatsing van de minderjarige sub 1 in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg overweegt de kinderrechter als volgt.
Ingevolge artikel 29b, lid 4 van de Wet op de Jeugdzorg kan een machtiging slechts worden verleend indien de betrokken stichting een besluit als bedoeld in artikel 6 lid 1 van Pro de Wet op de Jeugdzorg heeft genomen en heeft verklaard dat zich een geval als bedoeld in het derde lid van artikel 29b van de Wet op de Jeugdzorg voordoet. Deze verklaring behoeft ingevolge artikel 29b, lid 5 van de Wet op de Jeugdzorg de instemming van een gedragswetenschapper, behorende tot een bij regeling van Onze Ministers aangewezen categorie, die de minderjarige met het oog daarop kort tevoren heeft onderzocht. De kinderrechter heeft geconstateerd dat een verklaring als bedoeld in artikel 29b, lid 5 van de Wet op de Jeugdzorg thans ontbreekt. Voorts is de kinderrechter gebleken dat de minderjarige en diens moeder niet zijn verschenen ter zitting. Evenmin is aan de minderjarige een advocaat toegevoegd wat grond van artikel 29f, lid 2 van de Wet op de Jeugdzorg wel is vereist bij een verzoek tot plaatsing van de minderjarige in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg.
Op grond vorenstaande zal de kinderrechter de behandeling van de zaak aanhouden tot de zitting van 30 november 2009 en verzoekt de Raad de rechtbank en de overige belanghebbenden tijdig te informeren op welke termijn de minderjarige geplaatst zou kunnen worden in een therapeutisch pleeggezin. Voorts wordt de Raad verzocht vóór de zitting de verklaring van de gedragsdeskundige toe te sturen aan de rechtbank en de overige belanghebbenden.
Met het oog op onderstaande zitting is aan de minderjarige als raadsvrouwe toegevoegd
mr. E.R.T. Tromp, advocate te Nijmegen.
Beslissing
De kinderrechter:
1. stelt de minderjarige sub 1 onder toezicht van de Stichting Bureaus Jeugdzorg Gelderland locatie Nijmegen, tot aan zijn meerderjarigheid d.d. [datum];
2. stelt de minderjarigen sub 2 en 3 onder toezicht van de Stichting Bureaus Jeugdzorg Gelderland locatie Nijmegen, voor de duur van één jaar tot 16 november 2010;
3. verklaart de onder punt 1. en 2. genoemde beslissing uitvoerbaar bij voorraad;
4. houdt de beslissing op het verzoek tot plaatsing van de minderjarige sub 1 in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg aan;
5. roept de minderjarige sub 1 en diens advocaat, mr. E.R.T. Tromp, de moeder, de Raad en de stichting hierbij op voor de zitting van 30 november 2009 te 13:30 uur, welke zitting wordt gehouden in het Paleis van Justitie te Arnhem, Walburgstraat 2-4.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.W. Brands-Bottema, kinderrechter, in tegenwoordigheid van A.C.M. de Jong als griffier en in het openbaar uitgesproken opIndien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof te Arnhem.